RO 2020/40
Wanneer kwalificeert afdeling als zelfstandige informele vereniging en raakt verbodenverklaring van vereniging ook afdelingen met rechtspersoonlijkheid?
HR 24-04-2020, ECLI:NL:HR:2020:797
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 april 2020
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh
- Zaaknummer
19/01401
- Conclusie
A-G mr. P. Vlas
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS206257:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:797, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑04‑2020
ECLI:NL:PHR:2019:1163, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 15‑11‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑03‑2019
- Wetingang
Essentie
Informele vereniging. Buitenlandse corporatie.
Wanneer is sprake van een buitenlandse corporatie in de zin van artikel 10:117 BW in het licht van een verzoek tot het afgeven van een verklaring als bedoeld in artikel 10:122 BW?
Hoe wordt beoordeeld of aan een afdeling van een informele vereniging eigen rechtspersoonlijkheid toekomt, in het licht van een verzoek tot verbodenverklaring van een rechtspersoon op basis van artikel 2:20 BW?
Samenvatting
In het kader van de geïntegreerde aanpak van de Outlaw Motorcycle Gangs heeft het OM ontbinding en verbodenverklaring gevorderd van de Bandidos ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.