Parketnummer 21-002005-21. Het arrest is gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2023:10059.
HR, 09-12-2025, nr. 23/04975
ECLI:NL:HR:2025:1709
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
09-12-2025
- Zaaknummer
23/04975
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Bijzonder strafrecht (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:1709, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑12‑2025; (Artikel 81 RO-zaken, Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHARL:2023:10059
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1055
ECLI:NL:PHR:2025:1055, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑09‑2025
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:1709
- Vindplaatsen
Uitspraak 09‑12‑2025
Inhoudsindicatie
“Fipronilcrisis” in 2017. Feitelijk leiding geven aan medeplegen op de markt brengen van bestrijdingsmiddel “fipronil” (tegen bloedluis bij kippen) in wetenschap dat dit schadelijk is voor leven of gezondheid terwijl schadelijk karakter wordt verzwegen voor afnemers, waardoor miljoenen eieren in Nederland besmet raken met dit bestrijdingsmiddel, begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 174.1 Sr en feitelijke leiding geven aan medeplegen gebruiken en in voorraad hebben van enkele andere verboden biociden, begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 43.1 en 43.3 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. 1. Ontvankelijkheid OM in vervolging t.z.v. feiten die in België zijn gepleegd, art. 2 Sr. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM in vervolging v.zv. tlgd. feiten zich in België hebben afgespeeld, nu feiten daar niet strafbaar zijn, art. 7 Sr. 2. Bewijsklachten “te koop aanbieden”, “verkopen” en “afleveren” a.b.i. art. 174 Sr, “schadelijkheid” a.b.i. art. 174 Sr, “wetenschap” a.b.i. art. 174 Sr, “inwisselbaarheid” van gedragingen van vennootschap A en vennootschap B, “wetenschap” van niet-toegelaten biociden en pleegperiode. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04828, 23/04829 en 23/04831.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04975
Datum 9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2023, nummer 21-002005-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A.H.J.G. van Voorthuizen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.
Conclusie 30‑09‑2025
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Fipronilzaak. Art. 174 Sr. Art. 43 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Medeplegen van feitelijk leiding geven aan medeplegen van handel in schadelijke waren, waarvan schadelijkheid is verzwegen, begaan door rechtspersoon en medeplegen feitelijk leidinggeven aan overtredingen van Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, opzettelijk begaan door rechtspersoon. Falend middel over rechtsmacht OM, voor zover feiten in België zijn begaan. Tevens falend middel dat met een zestal deelklachten opkomt tegen bewezenverklaringen. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 23/04828, 23/04829, 23/04831.
Partij(en)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/04975 E
Zitting 30 september 2025
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.
1. Inleiding
1.1
De verdachte is bij arrest van 29 november 2023 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden1.wegens 1 primair “medeplegen van feitelijke leiding geven aan medeplegen van waren verkopen, te koop aanbieden of afleveren, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijk karakter verzwijgende, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd”, 2 en 3 “medeplegen van feitelijke leiding geven aan medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 43, derde lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd” alsmede 4 en 5 “medeplegen van feitelijke leiding geven aan medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 43, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 117 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar en met aftrek van voorarrest. Het hof heeft de verdachte tevens een taakstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis opgelegd. Tot slot heeft het hof beslist op het beslag.
1.2
Deze zaak hangt samen met de zaken tegen medeverdachten [medeverdachte 1] (23/04829 E), [medeverdachte 2] (23/04828 E) en [medeverdachte 3] (23/04831 E). In de samenhangende zaken zal ik vandaag ook concluderen.
1.3
Namens de verdachte heeft A.H.J.G. van Voorthuizen, advocaat in Ede, twee middelen van cassatie voorgesteld.
2. De zaak
De zaak tegen de verdachte komt voort uit het onderzoek ‘Landseer’. Dat onderzoek houdt verband met de landelijk bekend geworden ‘fipronilcrisis’ uit 2017. In de zomer van dat jaar werd bekend dat miljoenen eieren uit Nederland besmet waren met het bestrijdingsmiddel ‘fipronil’. Dat bestrijdingsmiddel werd bij ongeveer 20% van alle pluimveehouders in Nederland gebruikt tegen bloedluis bij kippen. Het toepassen van dat middel was niet toegelaten bij voedselproducerende dieren. Aan de verdachte wordt onder meer verweten dat middelen die fipronil bevatten, zijn verhandeld en gebruikt, in de wetenschap dat die middelen schadelijk zijn voor het leven en de gezondheid, terwijl het schadelijk karakter is verzwegen.
3. De middelen van cassatie
3.1
Vanwege de overeenkomst in de schrifturen en de arresten van het hof in deze zaak en die in de zaak van [medeverdachte 1] (23/04829 E), zal ik in deze zaak volstaan met een verwijzing naar mijn conclusie in de zaak tegen deze medeverdachte. Die conclusie is op rechtspraak.nl gepubliceerd onder ECLI:NL:PHR:2025:1054.
4. Slotsom
4.1
De middelen falen en in ieder geval het eerste middel kan worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering.
4.2
Ambtshalve heb ik geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof aangetroffen.
4.3
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 30‑09‑2025