Einde inhoudsopgave
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/3.5.3
3.5.3 Algemeen vermogensrecht
mr. G.P. Oosterhoff, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. G.P. Oosterhoff
- JCDI
JCDI:ADS349210:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
E. Wymeersch, Shareholder(s) matter(s), in: S. Grundmann e.a. (red.) Festschrift für Klaus J. Hopt zum 70. Geburtstag am 24. August 2010: Unternehmen, Markt und Verantwortung, De Gruyter 2010, p. 1575.
Zie ook M.C. Schouten, The Decoupling of Voting and Economic Ownership (diss. UvA Amsterdam), Deventer: Kluwer 2012, p. 226.
In zijn Amerikaansrechtelijke beschouwing lijkt Cohen hierop te duiden, al stelt hij hiertoe een speciale actie voor van benadeelde aandeelhouders tegen een stemmer met negatief belang, J. Cohen, Negative voting: why it destroys shareholder value and a proposal to prevent it, Harvard Journal on Legislation (2008) Vol. 45, p. 254.
Er zijn verschillende wegen denkbaar – ten minste in theorie – om op meer rechtstreekse wijze grenzen te stellen aan het gebruik van synthetische belangen. De meest drastische vorm is al genoemd in paragraaf 3.1: artikel 3:40 BW. Het loskoppelen van economisch en juridisch belang is niet verboden. Doorgaans zal bij synthetische belangen ook geen sprake zijn van strijd met een dwingende wetsbepaling. Denkbaar is niettemin dat rechtshandelingen die de meest kwalijke vormen van gebruik van synthetische belangen mogelijk maken, afhankelijk van de omstandigheden, strijd met de goede zeden of de openbare opleveren en daarom nietig zijn. Wymeersch wijst erop dat een aandeelhouder die bij het uitbrengen van zijn stem verbergt dat hij geen economisch belang heeft, de andere aandeelhouders misleidt over zijn werkelijke betrokkenheid bij de vennootschap.1 Dit komt in de buurt van het leerstuk bedrog in de zin van artikel 3:44 BW, waarbij onmiddellijk opmerking verdient dat een stem niet kan worden vernietigd, artikel 2:13 BW. Voorts is denkbaar dat het uitoefenen van bevoegdheden die behoren bij het juridische belang bij het aandeel (zonder dat daaraan een economisch belang is gekoppeld) onder omstandigheden misbruik van bevoegdheid kan opleveren in de zin van artikel 3:13 BW.2
Een minder verstrekkende, subtielere, vorm van begrenzing van het gebruik van synthetische belangen geeft artikel 6:162 BW. Hoewel als gezegd niet snel sprake zal zijn van overtreding van een wettelijke norm, is handelen in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt bepaald niet ondenkbaar. Daarop kan bijvoorbeeld een verbodsactie worden gebaseerd of een vordering tot schadevergoeding.3 Van onrechtmatig handelen zal sneller sprake kunnen zijn indien normen van vennootschapsrecht kunnen worden toegepast op synthetische belangen.