Einde inhoudsopgave
Bindend advies (O&R nr. 74) 2012/3.6.1
3.6.1 Belang motivering van het bindend advies
Pauline Elisabeth Ernste, datum 01-07-2012
- Datum
01-07-2012
- Auteur
Pauline Elisabeth Ernste
- JCDI
JCDI:ADS353550:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Alternatieve geschillenbeslechting
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Snijders, Klaassen & Meijer 2011, nr. 40.
EHRM 19 april 1994, serie A, no. 288 (Van der Hurk), § 61; EHRM 9 december 1994, serie A, no. 303a (RuizTorija), § 29; EHRM 9 december 1994, serie A, no. 303b (Balani), § 27.
HR 4 juni 1993, NJ 1993/659 m.nt. Verkade, r.o. 3.5; HR 16 oktober 1998, NJ 1999/7, r.o. 3.5.
HR 13 februari 2004, JOR 2004/109 m.nt. Frielink, r.o. 3.4.1-3.4.3; HR 20 mei 2005, NJ 2005/114 m.nt. Snijders onder NJ 2007/115; JBPr 2005/63 m.nt. Hovens; AA 2005, p. 1042-1046 m.nt. Rutgers (Gemeente Amsterdam/Honnebier), r.o. 3.4; HR 24 maart 2006, NJ 2007/115 m.nt. Snijders (Meurs/Newomij), r.o. 3.4.2; Hof Amsterdam 17 januari 2008, JOR 2008/304.
Art. 16 lid 2 onder d Reglement Geschillencommissie Afbouw; en art. 16 lid 2 onder d Reglement Geschillencommissie Makelaardij; en art. 16 lid 2 onder d Reglement Geschillencommissie Parket; en art. 40.5 onderd Reglement Ombudsman & Geschillencommissie Financiële Dienstverlening (Kifid).
Nolen 1957, p. 173-174; en Van den Berg 1990, p. 18-19; en Snijders, Klaassen & Meijer 2011, nr. 40.
Meijer 2011a, § 3.3.4.5.
Zie bijvoorbeeld Rb. Haarlem 2 januari 2010, LJN: BR9224; Rb. Amsterdam 13 mei 2011, LJN: BV6411.
Zie bijvoorbeeld Rb. Amsterdam 5 juni 2006, LJN: BI6627; Rb. Amsterdam 21 oktober 2011, LJN: BT8893; Rb. Arnhem 5 januari 2012, LJN: BV2130.
Het enige gepubliceerde voorbeeld is OK 23 oktober 1997, JOR 1997/143.
Vgl. Nolen 1957, p. 173-174; Sanders 2001, p. 137.
De overheidsrechter dient zijn uitspraak behoorlijk te motiveren.1 De verplichting tot motivering vloeit voort uit het in art. 6 lid 1 EVRM neergelegde fair trail-beginsel.2 De motivering van het rechterlijk vonnis heeft op nationaal niveau regeling gekregen in art. 121 Gw, art. 30 Rv en art. 5 Wet RO. Volgens deze bepalingen houden vonnissen, beschikkingen en arresten de gronden in waarop zij berusten. Uit de rechtspraak vloeit voort dat een rechterlijke uitspraak voldoende is gemotiveerd wanneer deze voldoende inzicht geeft in de aan haar ten grondslag liggende gedachtegang om de beslissing zowel voor partijen als voor derden controleerbaar en aanvaardbaar te maken.3
Ook met betrekking tot de motivering van het arbitraal vonnis is in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een bepaling opgenomen. Art. 1057 lid 3 sub e Rv bepaalt dat het vonnis, naast de beslissing, de gronden voor de in het vonnis gegeven beslissing bevat. Indien een arbitraal vonnis niet met redenen is omkleed, kan het arbitraal vonnis worden vernietigd (art. 1065 lid 1 sub d Rv).
Voor bindend advies is in het Wetboek voor Burgerlijke Rechtsvordering geen bepaling opgenomen die ziet op de motivering van een bindend advies. Tussen partijen en de bindend adviseur bestaat een overeenkomst van opdracht (§ 2.3). Uit art. 7:403 BW waarin de informatieplichten en verantwoordingsplichten van de opdrachtnemer zijn neergelegd, vloeit voor de bindend adviseur wel een verplichting voort zijn bindend advies te motiveren (§ 2.3.3). Indien door partijen geen afstand is gedaan van het motiveringsbeginsel, kan niet-naleving van dit beginsel een grond vormen voor vernietiging van het bindend advies op grond van art. 7:904 lid 1 BW.4 De mogelijkheid tot vernietiging zal de bindend adviseur(s) aansporen een bindend advies voldoende te motiveren, ondanks dat hierover niets is afgesproken. Op basis van gesprekken met bindend adviseurs bestaat de indruk dat in de praktijk door bindend adviseurs ook de nodige aandacht wordt besteed aan de motivering van een bindend advies. In de reglementen van de geschillencommissies voor consumentenzaken wordt als eis gesteld dat het bindend advies naast de beslissing de motivering van de gegeven beslissing bevat.5 Deze reglementen vertonen overeenstemming met de wijze waarop in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering het motiveringsbeginsel wordt gewaarborgd voor overheidsrechtspraak en arbitrage.
De motivering van een rechterlijk vonnis, een arbitraal vonnis of een bindend advies is om verschillende redenen van belang. Allereerst is de motivering van een beslissing een middel ter controle van de juistheid van de beslissing door de overheidsrechter(s), de arbiter(s) of de bindend adviseur(s) zelf. Ten tweede is de motivering van de beslissing van belang om partijen en derden inzicht te geven in de beweegredenen die aan de beslissing ten grondslag liggen. Hierdoor kunnen partijen hun kansen in hoger beroep inschatten en stelt de overheidsrechter, de arbiter en de bindend adviseur zijn collegae in hoger beroep in staat om de uitspraak te controleren. Daarnaast geeft het partijen bij arbitrage of bij bindend advies de mogelijkheid om hun kansen in te schatten bij de overheidsrechter indien één van partijen overweegt een vordering tot vernietiging van een arbitraal vonnis (art. 1065 Rv) of een bindend advies (art. 7:904 lid 1 BW) en stelt het de overheidsrechter in staat het arbitraal vonnis of het bindend advies te controleren. Tot slot is de motiveringsplicht van belang om de schijn van partijdigheid en willekeur te vermijden en draagt de motivering van de beslissing bij aan de acceptatie van de uitspraak door de verliezende partij.6
Een uitgebreide motivering kost echter tijd en in geval van arbitrage en bindend advies leidt dit voor partijen ook tot extra kosten. Onder de huidige arbitragewet is het niet mogelijk dat partijen in een arbitrage overeenkomen dat zij in het geheel afzien van de motivering van het arbitraal vonnis. In het Voorontwerp tot wijziging van de arbitragewet van 2005 is dit in art. 1057 lid 5 sub c wel mogelijke gemaakt. Partijen kunnen afstand doen van het in art. 6 lid 1 EVRM neergelegde recht op een eerlijke behandeling en de daaruit voortvloeiende motiveringsplicht.7 Anders dan bij arbitrage kunnen partijen bij bindend advies wel overeenkomen dat zij geheel afzien van de motivering van een bindend advies doordat een dwingendrechtelijke bepaling als art. 1057 lid 3 sub e Rv waarin de verplichting tot motivering van een bindend advies is opgenomen, ontbreekt.
Ook in de rechtspraak wil men in het kader van de doelstelling differentiatie en maatwerk inspringen op de in de samenleving bestaande behoefte aan een snelle beslechting van geschillen. Om deze reden is men voornemens een snelle en eenvoudige standaard (bodem)procedure te ontwikkelen waarbij een vonnis met een verkorte motivering wordt voorgesteld. In kort geding wordt al gewerkt met vonnissen met een beperkte motivering. Bij verschillende rechtbanken wordt gebruik gemaakt van een vonnis met een verkorte motivering. Bij een vonnis met verkorte motivering zijn in het vonnis de feiten en de wederzijdse standpunten van partijen niet weergegeven. Enkel dragende overwegingen zijn opgenomen. Partijen kunnen binnen een bepaalde termijn om uitwerking van het vonnis verzoeken.8 De indruk bestaat dat een dergelijk vonnis in de praktijk vaak niet meer wordt uitgewerkt. Daarnaast wordt in kort geding gebruik gemaakt van het zogenaamde kop-staartvonnis. Een dergelijk vonnis bevat enkel de namen van partijen en het dictum. Een enkele keer wordt er ook een dragende overweging opgenomen. Een dergelijk vonnis moet later worden uitgewerkt.9 In WOR-zaken heeft zich echter een tegengestelde ontwikkeling voorgedaan. Tot eind jaren ’90 bestond er een keuzemogelijkheid tussen een gemotiveerde beschikking op een langere termijn of een mondelinge uitspraak ter zitting met een zeer korte motivering die vrijwel direct na de mondelinge behandeling werd gegeven en werd neergelegd in een proces-verbaal, afgeschaft.10 Bij de keuze voor een mondelinge uitspraak met een zeer korte motivering moesten partijen afstand doen van het recht op cassatie.
Het is naar mijn mening met het oog op de hierboven geformuleerde functies van motivering van een bindend advies onwenselijk dat partijen in een bindend-adviesprocedure afstand doen van het motiveringsbeginsel. Het motiveringsbeginsel draagt bij aan de kwaliteit van een bindend advies doordat het een middel ter controle is van het bindend advies. Daarnaast kan een goede motivering van de beslissing bijdragen aan de acceptatie van de beslissing.11 Dit zal tot gevolg hebben dat een bindend advies eerder zal worden nagekomen.