Einde inhoudsopgave
RvdW 2015/871
Ontvankelijkheid. Cassatieverzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad, art. 426a lid 1 Rv.
HR 10-07-2015, ECLI:NL:HR:2015:1865
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
10 juli 2015
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek
- Zaaknummer
14/01860
- Conclusie
A-G mr. F.F. Langemeijer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:1865, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 10‑07‑2015
ECLI:NL:PHR:2015:816, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 17‑04‑2015
Essentie
Ontvankelijkheid. Cassatieverzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad, art. 426a lid 1 Rv.
Partij(en)
[Verzoekster], te Curaçao, verzoekster tot cassatie, adv.: mr. A.L.C.M. Oomen,
tegen
Het Land Curaçao, verweerder in cassatie, niet verschenen.
Conclusie
Conclusie A-G mr. F.F. Langemeijer:
1. De feiten en het procesverloop
1.1.
In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten zoals vermeld in het bestreden appelvonnis onder 4.1 - 4.6. Daarvan is in het kort nog van belang dat aan verzoekster tot cassatie (hierna: de vennootschap) aanslagen zijn opgelegd ter zake van premies sociale verzekeringen (AOV/AWW 1996 – 2000, AVBZ ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.