NJ 1919, p. 108
Oorlogswinstbelasting.
HR 02-12-1918, ECLI:NL:HR:1918:42
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 december 1918
- Magistraten
Voorzitter: Mr. S. Gratama. Raden: Mrs. A. J. L. Nijpels, J. A. A. Bosch, A. Fentener van Vlissingen en J. Kosters.
- Zaaknummer
[0219)8/NJ_1919,_p._108]
- Conclusie
Mr. Besier
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1918:42, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑12‑1918
- Wetingang
(Wet Oorlogswinstbelasting 1916 art. 81.)
Essentie
Oorlogswinstbelasting.
Samenvatting
Geenszins in strijd met de bewoordingen der dagvaarding is de opvatting van het Hof, dat met de gestelde overlegging der geschriften aan den wnd. Adj.-Inspecteur der Dir. Bel. kennelijk is bedoeld overlegging aan den Inspecteur der Dir. Bel. door terhandstelling aan den wnd. Inspecteur.
Onjuist, is de stelling, dat het overgelegde geschrift moet zijn bewijsstuk in den wettelijken zin; het kan alleen de vraag zijn of hij, die het geschrift overlegt, het beoogt aan te wenden als bewijsstuk, d. i. ten einde het te doen dienen tot bewijs der juistheid van het met betrekking tot zijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.