PJ 2022/28
De Hoge Raad beantwoordt de prejudiciële vraag of pensioenpremies vallen onder de regels van een onderhands akkoord in de Faillissementswet.
HR 25-02-2022, ECLI:NL:HR:2022:328, m.nt. mr. B. Degelink CPL
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 februari 2022
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, F.R. Salomons
- Zaaknummer
21/03643
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Noot
mr. B. Degelink CPL
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS639174:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:328, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑02‑2022
ECLI:NL:PHR:2021:1152, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑12‑2021
- Wetingang
Art. 369 Fw; Wet homologatie onderhands akkoord
Essentie
De Hoge Raad beantwoordt de prejudiciële vraag of pensioenpremies vallen onder de regels van een onderhands akkoord in de Faillissementswet.
Samenvatting
Beantwoording door de Hoge Raad van een prejudiciële vraag: vorderingen van een bedrijfstakpensioenfonds tot betaling van achterstallige pensioenpremies kunnen niet worden betrokken in een onderhands akkoord in de zin van de Wet homologatie onderhands akkoord.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/03643
Datum 25 februari 2022
PREJUDICIËLE BESLISSING
In de zaak van
[verzoekster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERZOEKSTER in eerste aanleg,
hierna: de vennootschap,
advocaat in de prejudiciële procedure: T.T. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.