PJ 2019/65
Leeftijdonderscheid in sociaal plan. Onjuiste beoordeling rechtvaardigingsgrond door hof.
HR 19-04-2019, ECLI:NL:HR:2019:647
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
19 april 2019
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, A.H.T. Heisterkamp, T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff,
- Zaaknummer
18/00457
- Conclusie
A-G mr. B.J. Drijber
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS54861:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Accounting (V)
Pensioenen / Pensioensystematiek
Sociale zekerheid ouderen (V)
Loonbelasting / Pensioenregeling
Pensioenen / Pensioenuitvoering en -communicatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:647, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 19‑04‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:140, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 15‑02‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑04‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑03‑2018
- Wetingang
Art. 3, 7 lid 1 onder c WGBL
Essentie
Leeftijdonderscheid in sociaal plan. Onjuiste beoordeling rechtvaardigingsgrond door hof.
Samenvatting
Aftopping van vergoeding bij einde arbeidsovereenkomst op het saslaris tot pensioenleeftijd, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar bepaalde geboortejaren. Het heeft – kort samengevat – geoordeeld dat voor het in art. 6 lid 4 sociaal plan gemaakte onderscheid op grond van leeftijd een objectieve rechtvaardiging bestaat als bedoeld in art. 7, aanhef en onder c, Wgbl. Daartoe heeft het overwogen dat het met art. 6 lid 4 sociaal plan te verwezenlijken doel overeenstemt met het doel van Aanbeveling 3.5 van de Kring van Kantonrechters, zijnde de maximering van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.