JWB 2014/161
Verbintenissenrecht
HR 28-03-2014, ECLI:NL:HR:2014:766 (VEB NCVB/Deloitte Accountants)
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
28 maart 2014
- Zaaknummer
13/04530
- Roepnaam
VEB NCVB/Deloitte Accountants
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:766, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 28‑03‑2014
Conclusie, Hoge Raad, 12‑02‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:219, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑02‑2014
- Wetingang
Art. 3:305a BW
Essentie
Verbintenissenrecht
Samenvatting
Casus
Rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 18 september 2013 een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad voorgelegd. De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) vordert onder meer dat voor recht wordt verklaard dat de VEB de verjaring van de vorderingen van de beleggers tot schadevergoeding op de Deloitte Maatschap op grond van art 3:305a BW op correcte wijze heeft gestuit door op 20 februari 2008 een stuitingsexploot aldaar te laten betekenen.
Rechtsvraag
"Kan een rechtspersoon in de zin van art. 3:305a lid 1 BW, uit hoofde van zijn aan dit artikel ontleende bevoegdheid, op de voet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.