NJF 2019/22
Onrechtmatige daad. Benadeelde partij kan in civiele procedure geen hogere immateriële schadevergoeding vorderen nadat in strafproces gevorderde bedrag al geheel is toegewezen.
Rb. Midden-Nederland 26-09-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:5638
- Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
- Datum
26 september 2018
- Magistraten
Mr. A.S. Penders
- Zaaknummer
6570941 UC EXPL 18-285
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBMNE:2018:5638, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 26‑09‑2018
- Wetingang
Essentie
Onrechtmatige daad. Benadeelde partij kan in civiele procedure geen hogere immateriële schadevergoeding vorderen nadat in strafproces gevorderde bedrag al geheel is toegewezen.
Samenvatting
Gedaagden zijn strafrechtelijk veroordeeld wegens een gewelddadige poging tot afpersing van eiser. Eiser heeft zich in het strafproces gevoegd als benadeelde partij en gedaagden zijn veroordeeld tot vergoeding van (onder meer) het door eiser gevorderde bedrag aan immateriële schade. In deze (civiele) procedure vordert eiser een aanvullend bedrag aan immateriële schade. Dat kan niet. Anders dan eiser stelt, moet niet iedere vordering van een benadeelde partij in het strafproces als een voorwaardelijke vordering dan wel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.