V-N 2024/51.17
Rechter mag proceskostenvergoeding matigen als belanghebbende op ondergeschikt punt wint
HR 15-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1659, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 november 2024
- Magistraten
Feteris, Wortel, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
24/02022
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS989147:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Waterschapsbelastingen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Rente
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1659, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑11‑2024
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat een rechter de proceskostenvergoeding mag matigen als een belanghebbende uitsluitend op een punt van ondergeschikt belang in het gelijk wordt gesteld.
Samenvatting
X is het niet eens met een aanslag watersysteemheffing. Hof ’s-Hertogenbosch stelt inhoudelijk het waterschap in het gelijk, maar verklaart het hoger beroep van X gegrond omdat de rechtbank ten onrechte geen beslissing heeft genomen over de wettelijke rente. Het hof past vervolgens een matiging toe op de forfaitaire proceskostenvergoeding van € 1750 naar € 437,50. Dit gebeurt door de wegingsfactor op grond van art. 2 lid 2 BPB te verlagen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.