RFR 2026/47
Erfrecht. Kan de echtgenote van erflater die hem verzorgde voor de ziekte waaraan hij is overleden voordeel trekken uit de erfstelling?
HR 16-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:62
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 januari 2026
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/02973
- Conclusie
A-G mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:BSD105606:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Civiel recht algemeen (V)
Vermogensrecht (V)
Erfrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:62, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:515, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑07‑2024
- Wetingang
Essentie
Erfrecht. Personen die geen voordeel mogen genieten.
Beroep van kinderen van erflater op art. 4:59 BW. Is art. 4:60 BW van overeenkomstige toepassing op personen die een affectieve relatie met de erflater hadden ten tijde van de uiterste wilsbeschikking? Is sprake van een aanvallend of afwerend verweer en is het beroep op de vernietigingsgrond van art. 4:59 BW verjaard?
Samenvatting
Erflater leed onder andere aan dementie en hartklachten. Hiervoor kreeg hij sinds 2014 thuiszorg van eiseres, via thuiszorgorganisatie Icare. In januari 2015 overleed de echtgenote van erflater. Eiseres en erflater kregen kort ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.