NJB 2014/485
Opzettelijke onttrekken minderjarige aan wettelijk over hem gestelde gezag art. 279 Sr: voor een veroordeling ter zake van dit feit is niet vereist dat de bewezenverklaring inhoudt dat degene aan wiens wettelijk gezag wordt onttrokken bij uitsluiting van ieder ander dat gezag uitoefent. Verdachte die mede het gezag over de minderjarige kinderen uitoefent, kan deze kinderen onttrekken aan het wettig over hen gestelde gezag als bedoeld in art. 279 Sr door de kinderen zonder toestemming van zijn echtgenote mee te voeren naar het buitenland en aldaar te doen verblijven
HR 11-02-2014, ECLI:NL:HR:2014:302
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
11 februari 2014
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, B.C. de Savornin Lohman, Y. Buruma
- Zaaknummer
11/03729
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:302, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 11‑02‑2014
ECLI:NL:PHR:2013:2070, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑11‑2013
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑04‑2012
- Wetingang
(Sr art. 279; BW art. 1:251)
Essentie
Opzettelijke onttrekken minderjarige aan wettelijk over hem gestelde gezag art. 279 Sr: voor een veroordeling ter zake van dit feit is niet vereist dat de bewezenverklaring inhoudt dat degene aan wiens wettelijk gezag wordt onttrokken bij uitsluiting van ieder ander dat gezag uitoefent. Verdachte die mede het gezag over de minderjarige kinderen uitoefent, kan deze kinderen onttrekken aan het wettig over hen gestelde gezag als bedoeld in art. 279 Sr door de kinderen zonder toestemming van zijn echtgenote mee te voeren naar het buitenland en aldaar te doen verblijven
Uitspraak
Inleiding:
Verdachte is veroordeeld wegens – kort gezegd – gijzeling ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.