NJB 2025/1854:Een vrouw procedeert in eigen naam. Bij de mondelinge behandeling in hoger beroep blijkt dat de goederen van de vrouw onder bewind staan en dat dit in eerste aanleg ook al zo was. Het hof stelt de advocaat van de vrouw in de gelegenheid een schriftelijke machtiging en instemming van de bewindvoerder toe te sturen en geeft ver volgens een eindbeschikking. Hoge Raad: 1. Herstelmogelijkheid in hoger beroep. Zolang de procedure niet door een onherroepelijk geworden uitspraak is geëindigd, kan de bewindvoerder in het geding verschijnen om dit, ook wat betreft de in eerste aanleg verrichte proceshandelingen, als formele procespartij over te nemen. Het hof heeft de vrouw terecht in de gelegenheid gesteld een verklaring van de bewindvoerder in het geding te brengen. 2. Hoor en wederhoor. Het hof heeft geoordeeld dat de bewindvoerder de door de vrouw verrichte proceshandelingen voor haar rekening neemt. Het hof mocht, in verband met het beginsel van hoor en wederhoor, niet tot dat oordeel komen zon der de wederpartij gelegenheid te hebben geboden op de verklaring te reageren.