Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.4.3:6.4.3 Uitoefening van andermans vordering
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.4.3
6.4.3 Uitoefening van andermans vordering
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS589482:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
353. Als de gevolgschade ontstaat bij de stille cessionaris is het de vraag of de stille cedent de vordering van rechtswege kan innen.
Een analyse van de andere rechtsfiguren leert het volgende. Als de vordering tot vergoeding van gevolgschade bij de schuldeiser van de hoofdvordering ontstaat, worden de pandhouder, vruchtgebruiker, beslaglegger en bewindvoerder die inningsbevoegd zijn ten aanzien van de hoofdvordering, uit dien hoofde niet van rechtswege inningsbevoegd ten aanzien van deze aanvullende schadevergoedingsvordering. Zij dienen afzonderlijk inningsbevoegd te worden gemaakt. De curator, de executeur en de vereffenaar van een nalatenschap zijn uit hoofde van hun zeggenschap ten aanzien van het faillissementsvermogen respectievelijk de nalatenschap wel bevoegd om de aanvullende schadevergoedingsvordering te innen. Kortheidshalve zij verwezen naar de opmerkingen bij vertragingsschade hiervoor.1
Is door de stille cessionaris gevolgschade geleden, dan ontstaat de schadevergoedingsvordering in zijn vermogen. De stille cedent is niet van rechtswege bevoegd om deze vordering te innen. Hiervoor dient een grondslag te bestaan in de lastgeving aan de stille cedent.
Gelet op de aard van de schade, en het gegeven dat de schadevergoedingsvordering ook op grond van onrechtmatige daad kan worden gegrond, wordt de omvang van de schadevergoeding in beginsel niet beperkt door de tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW, zoals bij de vorderingen tot vervangende schadevergoeding en de vertragingsschade.2 De schuldenaar is in beginsel aansprakelijk voor de vergoeding van de daadwerkelijk door de stille cessionaris geleden schadevergoeding. De stille cedent zou de schuldenaar immers ook hebben kunnen aanspreken voor de schade die hij zou hebben geleden, als hij de schuldeiser van de vordering was gebleven en hij de bijvoorbeeld zieke varkens had doorgeleverd aan een ander, die daardoor schade had geleden en die deze schade op de stille cedent had verhaald. Ook zou de stille cessionaris in een dergelijk geval de schuldenaar rechtstreeks op grond van onrechtmatige hebben kunnen aanspreken voor dezelfde schadevergoeding.3 In het instellen van een dergelijke vordering ligt niet noodzakelijkerwijs mededeling besloten van de stille cessie.4 Vordert de stille cessionaris daarentegen op grond van wanprestatie de gevolgschade, dan ligt hierin wel mededeling van de stille cessie besloten.
354. Het is voorts de vraag of de vordering tot vergoeding van de gevolgschade ook in het vermogen van de inningsbevoegde stille cedent kan ontstaan. Het antwoord luidt bevestigend.
De schuldenaar kan bij de (gebrekkige) nakoming van de hoofdvordering ook gevolgschade veroorzaken bij de inningsbevoegde derde. De vordering tot vergoeding van de gevolgschade ontstaat dan in het vermogen van de inningsbevoegde derde. Als de buurman van de schuldeiser krachtens zaakwaarneming (art. 6:198 jo 6:201 BW) namens de schuldeiser de betaling in ontvangst neemt op zijn eigen varkenshouderij en door de aflevering van de zieke varkens, zijn veestapel wordt besmet, dient de schuldenaar de door de buurman geleden gevolgschade aan hem te vergoeden. Hetzelfde geldt voor andere inningsbevoegde derden, zoals een openbaar pandhouder, een gevolmachtigde, een bewindvoerder en een curator, die een betaling in ontvangst nemen en daardoor gevolgschade lijden.
Is de hoofdvordering stil gecedeerd, en veroorzaakt de schuldenaar bij de (gebrekkige) nakoming gevolgschade bij de stille cedent, bijvoorbeeld door aan hem zieke varkens af te leveren waardoor de veestapel van de stille cedent wordt besmet, dan ontstaat de vordering tot vergoeding van de gevolgschade in het vermogen van de stille cedent. Op de schuldenaar rust de nevenverplichting om bij de nakoming van zijn verbintenis geen schade aan het vermogen van de stille cedent toe te brengen (art. 6:2 en 6:248 lid 1 BW). De stille cedent kan zijn schadevergoedingsvordering ook baseren op onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Omdat de stille cedent vergoeding van door hem geleden schade vordert, behoeft hij voor de onderbouwing van de schadevergoedingsvordering geen openheid van zaken te gegeven over de stille cessie.