Opmerking verdient dat art. 2, eerste lid, categorie III onder 2, WWM alleen spreekt van ‘toestellen’, terwijl de tenlastelegging en bewezenverklaring er zowel een toestel als middelen onder willen laten vallen. Sackers, Wet en wapens en munitie, Deventer 2012, p. 174, merkt op dat in de parlementaire stukken niet terug te vinden is waarom de wetgever hier van ‘toestellen’ spreekt en overal elders van voorwerpen. Ik laat vooralsnog - ik heb het verder niet uitgezocht - in het midden of een middel als een toestel kan worden aangemerkt.
HR, 25-03-2014, nr. 12/05379
ECLI:NL:HR:2014:698, Cassatie: (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25-03-2014
- Zaaknummer
12/05379
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Bijzonder strafrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2014:698, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 25‑03‑2014; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:205, Gevolgd
In cassatie op: ECLI:NL:GHSGR:2012:BY1999, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
ECLI:NL:PHR:2014:205, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑02‑2014
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:698, Gevolgd
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2014-0149
Uitspraak 25‑03‑2014
Inhoudsindicatie
Artt. 2.1 categorie III onder 2 en 26.1 WWM. De tll. en bewezenverklaring houden het verwijt in dat verdachte wapens a.b.i. art. 2.1 categorie III onder 2 WWM voorhanden heeft gehad. Aangezien niet is tenlastegelegd en dienovereenkomstig evenmin is bewezenverklaard dat de in die bewezenverklaring genoemde wapens “geschikt zijn om projectielen af te schieten”, a.b.i. art. categorie III onder 2 WWM, doch enkel is tenlastegelegd en bewezenverklaard dat verdachte “middelen en een toestel bestemd voor beroepsdoeleinden” voorhanden heeft gehad, heeft het Hof het bewezenverklaarde ten onrechte gekwalificeerd als het “handelen in strijd met art. 26.1 WWM meermalen gepleegd”.
Partij(en)
25 maart 2014
Strafkamer
nr. 12/05379
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 25 september 2012, nummer 22/001865-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt onder meer dat het onder 3 bewezenverklaarde niet oplevert "handelen in strijd metart. 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie" (hierna: WWM), aangezien het bewezenverklaarde niet alle bestanddelen van art. 2, eerste lid categorie III onder 2º, WWM bevat.
2.2.1.
Aan de verdachte is onder 3 tenlastegelegd dat:
"hij op of omstreeks 05 december 2011 te Rotterdam (een) wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten
- twee Lifesmoke MK 3, noodseinmiddelen, en/of
- elf HGS-40, noodseinmiddelen, en/of
- zes (handflare) RED MK 6, noodseinmiddelen, en/of
- een zogenaamd lijnwerptoestel,
zijnde middelen en/of een toestel bestemd voor beroepsdoeleinden, voorhanden heeft gehad."
2.2.2.
Daarvan is bewezenverklaard dat:
"hij op 05 december 2011 te Rotterdam wapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten
- twee Lifesmoke MK 3, noodseinmiddelen, en
- elf HGS-40, noodseinmiddelen, en
- zes (handflare) RED MK 6, noodseinmiddelen, en
- een zogenaamd lijnwerptoestel,
zijnde middelen en een toestel bestemd voor beroepsdoeleinden, voorhanden heeft gehad."
2.3.
De navolgende wettelijke bepalingen zijn van belang:
- art. 26, eerste lid, WWM, luidende:
"Het is verboden een wapen of munitie van de categorie II en III voorhanden te hebben."
- art. 2, eerste lid, WWM, luidende:
"Wapens in de zin van deze wet zijn de hieronder vermelde of overeenkomstig dit artikellid aangewezen voorwerpen, onderverdeeld in de volgende categorieën.
(...)
Categorie III
(...)
2º toestellen voor beroepsdoeleinden die geschikt zijn om projectielen af te schieten."
2.4.
De hiervoor weergegeven tenlastelegging en bewezenverklaring onder 3 houden het verwijt in dat de verdachte wapens als bedoeld in art. 2, eerste lid categorie III onder 2º, WWM voorhanden heeft gehad. Aangezien niet is tenlastegelegd en dienovereenkomstig evenmin is bewezenverklaard dat de in die bewezenverklaring genoemde wapens "geschikt zijn om projectielen af te schieten", als bedoeld in art. 2, eerste lid categorie III onder 2º, WWM, doch enkel is tenlastegelegd en bewezenverklaard dat de verdachte "middelen en een toestel bestemd voor beroepsdoeleinden" voorhanden heeft gehad, heeft het Hof het onder 3 bewezenverklaarde ten onrechte gekwalificeerd als het "handelen in strijd met art. 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd".
2.5.
In zoverre is het middel terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2014.
Conclusie 11‑02‑2014
Inhoudsindicatie
Artt. 2.1 categorie III onder 2 en 26.1 WWM. De tll. en bewezenverklaring houden het verwijt in dat verdachte wapens a.b.i. art. 2.1 categorie III onder 2 WWM voorhanden heeft gehad. Aangezien niet is tenlastegelegd en dienovereenkomstig evenmin is bewezenverklaard dat de in die bewezenverklaring genoemde wapens “geschikt zijn om projectielen af te schieten”, a.b.i. art. categorie III onder 2 WWM, doch enkel is tenlastegelegd en bewezenverklaard dat verdachte “middelen en een toestel bestemd voor beroepsdoeleinden” voorhanden heeft gehad, heeft het Hof het bewezenverklaarde ten onrechte gekwalificeerd als het “handelen in strijd met art. 26.1 WWM meermalen gepleegd”.
Nr. 12/05379 Zitting: 11 februari 2014 | Mr. Vegter Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Het Gerechtshof te ’s-Gravenhage heeft bij arrest van 25 september 2012 de verdachte wegens 1. “Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd”, 2. “Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie” en 3. “Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr.
2. Namens verdachte heeft mr. T. Arkesteijn, advocaat te Rotterdam, beroep in cassatie ingesteld en heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het middel bevat de klacht dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het onder 3 bewezenverklaarde het strafbare feit zoals omschreven in art. 26, eerste lid, WWM in verbinding met art. 2, eerste lid, categorie III, onder 2º, WWM oplevert, nu daarin het bestanddeel ontbreekt dat het dient te gaan om toestellen voor beroepsdoeleinden “die geschikt zijn om projectielen af te schieten”.
4. Ten laste van de verdachte is onder 3 bewezenverklaard dat:
“hij op 05 december 2011 te Rotterdam wapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten
- twee Lifesmoke MK 3, noodseinmiddelen, en
- elf HGS-40, noodseinmiddelen, en
- zes (handflare) RED MK 6, noodseinmiddelen, en
- een zogenaamd lijnwerptoestel,
zijnde middelen en een toestel bestemd voor beroepsdoeleinden, voorhanden heeft gehad.”
5. Het Hof heeft het onder 3 bewezenverklaarde gekwalificeerd als hiervoor onder 1 weergegeven.
6. Art. 2 WWM luidt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, als volgt:
“1. Wapens in de zin van deze wet zijn de hieronder vermelde of overeenkomstig dit artikellid aangewezen voorwerpen, onderverdeeld in de volgende categorieën.
(…)
Categorie III
(…)
2º toestellen voor beroepsdoeleinden die geschikt zijn om projectielen af te schieten;
(…)”
7. Nu het bewezenverklaarde niet alle bestanddelen van art. 2, eerste lid, categorie III, onder 2º WWM bevat, is het oordeel van het Hof dat het bewezenverklaarde het strafbare feit zoals omschreven in art. 26, eerste lid, WWM, oplevert onjuist.1.¯2.
8. Een reddingsoperatie in die zin dat het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk de in de tenlastelegging en bewezenverklaring voorkomende woorden ‘wapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 2 van de Wet wapens en munitie’ zo heeft gelezen dat daarin tot uitdrukking is gebracht dat het middelen en een toestel betrof die geschikt zijn om projectielen af te vuren (juist om die categorie gaat het immers in de vermelde bepaling), gaat niet op, nu in ieder geval het noodseinmiddel Lifesmoke MK 3 en het noodseinmiddel (handflare) RED MK 6 niet geschikt zijn om projectielen mee af te vuren.3.
9. Om diezelfde reden kan evenmin betoogd worden dat de verdachte bij zijn klacht in cassatie geen in rechten te respecteren belang heeft, nu de noodseinmiddelen (althans een deel daarvan) die hij voorhanden had, weliswaar niet onder art. 2, eerste lid, Categorie III, onder 2º, WWM vallen, maar wel onder art. 2, eerste lid, Categorie II, onder 1º, WWM vallen (zoals kennelijk het geval was in de door de steller van het middel aangehaalde uitspraak van de Rechtbank te Rotterdam van 19 november 2007, ECLI:NL:RBROT:2007:BB8586), op welke beide overtredingen op de voet van art. 26, eerste lid, WWM in verbinding met art. 55 WWM een zelfde straf is gesteld. Immers ook voor art. 2, eerste lid, Categorie II, onder 1º, WWM is gelet op het bepaalde in art. 1 onder 3º WWM vereist dat het gaat om een voorwerp bestemd of geschikt om projectielen af te schieten.
10. Het middel is terecht voorgesteld.
11. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 11‑02‑2014
Overigens ontbreekt niet alleen in de tenlastelegging en de bewezenverklaring het bestanddeel ‘die geschikt zijn om projectielen af te schieten’. Ook in het proces-verbaal met nummer 2011362057-16 d.d. 6 december 2011 ontbreekt bedoeld bestanddeel, zo leert een vluchtige blik achter de papieren muur. Daarin is enkel opgenomen: “Bovengenoemde noodseinmiddelen en het lijnwerptoestel zijn toestellen voor beroepsdoeleinden (scheepvaart) en derhalve wapens in de zin van categorie III, 2e lid van de Wet wapens en munitie”.
De Lifesmoke MK 3 betreft een zogenaamde rookbus, de (handflare) RED MK 6 betreft een zogenaamde noodseinfakkel. Voor beide noodseinmiddelen geldt dat in de WWM noch in Regeling- en Circulaire wapens en munitie bepalingen hieromtrent zijn opgenomen. Wel is het gebruik ervan als vuurwerk in Nederland verboden voor particulieren. Zie het Handhavingsdocument Vuurwerk 2008 van het Landelijk Overleg Milieuhandhaving, inhoudende als de pagina’s 275 t/m 298 de ‘Deskundigenverklaring Noodseinmiddelen’ van het NFI. Ter zijde merk ik op dat blijkens de bij het proces-verbaal met nummer 2011362057-16 d.d. 6 december 2011 gevoegde foto van goedcode A 8.6 er niet zes, maar slechts vier (handflare) RED MK 6 noodseinmiddelen bij de verdachte zijn aangetroffen. De op bedoelde foto afwijkende twee noodseinmiddelen betreffen de noodseinmiddelen PARA RED MK 3, welke volgens voornoemd Handhavingsdocument noodseinraketten betreffen, die wel geschikt zijn om projectielen mee af te vuren en als zodanig dus wel onder art. 2, eerste lid, Categorie III, onder 2º, WWM vallen.