Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/7.3.1:7.3.1 Inleiding
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/7.3.1
7.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS588752:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
324. In de vorige paragraaf is vastgesteld dát art. 60 Fw niet de principiële continuïteit van verbintenissen tijdens faillissement kan ondergraven. Om te weten wanneer art. 60 Fw wél van toepassing is – namelijk wanneer de rechtsverhouding tussen de retentor en zijn schuldenaar tijdens faillissement eindigt – is van belang om vast te stellen in welke omstandigheden het faillissementsrecht de curator of een wederpartij de bevoegdheid geeft om een rechtsverhouding te beëindigen. In de Faillissementswet zelf is daarover weinig te vinden. Het Berzona-arrest leert dat het faillissement zelf de curator niet de bevoegdheid geeft om overeenkomsten te beëindigen, als de overeenkomst of de wet daar niet in voorziet. Het arrest brengt een breuk ten opzichte van het Nebula-arrest. In paragraaf 7.3.2 bespreek ik de hoofdlijnen van beide, met het oog op de vraag of de curator bevoegd is om overeenkomsten op te zeggen. Andere manieren van beëindiging zoals ontbinding door de wederpartij van de failliet of door de werking van een ipso facto-clausule zijn natuurlijk ook denkbaar, maar komen in deze paragraaf niet aan de orde. In paragraaf 7.3.3 komen vervolgens (de wettelijke regelingen van) een aantal benoemde overeenkomsten waaruit retentierechten kunnen voortvloeien aan de orde, om te bezien of deze kunnen worden beëindigd (en derhalve of art. 60 Fw van toepassing zou zijn).