RvdW 2012/1127:De Marokkaanse man Mallah, verzoeker, woont meer dan dertig jaar in Frankrijk. Als zijn dochter een uit Marokko afkomstige man trouwt, gaan ze samenleven bij verzoeker in Frankrijk. De schoonzoon heeft echter slechts een visum voor drie maanden. Desondanks blijft hij in Frankrijk wonen. Vervolgens wordt de vader aangehouden op verdenking van het faciliteren van illegaal verblijf. Ondanks het feit dat de openbaar aanklager de vervolging staakt omdat de schoonzoon alsnog een verblijfsvergunning krijgt, wordt Mallah veroordeeld. Zijn beroepen tegen deze veroordeling worden verworpen. Hierop klaagt Mallah dat hij door de veroordeling slachtoffer is geworden van een schending van art. 8 EVRM.