Dit hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Bergen op Zoom van 19 oktober 2017 waarbij de verdachte ter zake van overtreding van het bepaalde in artikel 107 lid 1 Wegenverkeerswet 1994 is veroordeeld tot een hechtenis voor de duur van 2 weken.
HR, 13-04-2021, nr. 20/01503
ECLI:NL:HR:2021:514
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
13-04-2021
- Zaaknummer
20/01503
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2021:514, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 13‑04‑2021; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:379
ECLI:NL:PHR:2021:379, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 16‑02‑2021
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:514
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2021-0096
RvdW 2021/486
Uitspraak 13‑04‑2021
Inhoudsindicatie
Aanwezigheidsrecht, detentie in buitenland (België) uit anderen hoofde gebleken uit in cassatie overgelegd stuk. Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. rijden zonder rijbewijs (art. 107.1 WVW 1994). P-v van tz. in h.b. houdt in dat verdachte niet is verschenen maar dat enkel niet gemachtigde raadsman is verschenen, waarna hof verstek heeft verleend. HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Uit aan schriftuur gehecht “arrest van gevangenschap” te Gent moet worden afgeleid dat verdachte t.t.v. behandeling van zijn zaak in h.b. i.v.m. andere strafzaak in Gent (België) was gedetineerd, zodat ’s hofs beslissing om tegen verdachte verstek te verlenen en onderzoek ttz. voort te zetten, achteraf bezien onjuist was. Gelet op het grote belang van verdachte om bij behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn brengt dit mee dat verdachte mogelijkheid dient te hebben om zijn zaak alsnog in h.b. in zijn tegenwoordigheid te behandelen. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 20/01502.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/01503
Datum 13 april 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 juli 2019, nummer 20-003280-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.R. Kops, advocaat te Breukelen UT, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat deze op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel stelt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de nietverschenen verdachte. Het voert daartoe aan dat de verdachte tijdens de behandeling van zijn zaak op de terechtzitting in hoger beroep in verband met een andere strafzaak was gedetineerd en dat hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.3 en 2.5.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 april 2021.
Conclusie 16‑02‑2021
Inhoudsindicatie
Aanwezigheidsrecht. Heeft hof ten onrechte verstek verleend tegen niet-verschenen verdachte nu verdachte tijdens behandeling van zijn zaak op tz. in h.b. i.v.m. andere strafzaak was gedetineerd en niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht? HR: op gronden vermeld in CAG slaagt het middel. CAG: uit “arrest van gevangenschap” te Gent moet worden afgeleid dat verdachte t.t.v. de behandeling van zijn zaak in h.b. i.v.m. een andere strafzaak in Gent (België) was gedetineerd, zodat beslissing van hof om tegen verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ttz. voort te zetten, achteraf bezien onjuist was. Gelet op grote belang van verdachte om bij behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn brengt dit mee dat verdachte mogelijkheid dient te hebben om zijn zaak alsnog in h.b. in zijn tegenwoordigheid te behandelen. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 20/01502.
Partij(en)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/01503
Zitting 16 februari 2021
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.
1. Het cassatieberoep
1.1.
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft bij verstekarrest van 8 juli 2019 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep1.omdat de verdachte niet binnen veertien dagen na het instellen van het hoger beroep een schriftuur met grieven had ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis had opgegeven en het hof niet van oordeel was dat de strafzaak desalniettemin onderzocht diende te worden.
1.2.
Namens de verdachte is tijdig beroep in cassatie ingesteld. Mr. D.R. Kops, advocaat te Breukelen (Utrecht), heeft één middel van cassatie voorgesteld.
1.3.
Er bestaat samenhang met de zaak 20/01502. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
2. Het middel
2.1
Het middel klaagt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet verschenen verdachte aangezien deze ten tijde van de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd en hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.
2.2
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 8 juli 2019 houdt, voor zover van belang, het volgende in:
De verdachte (…) is niet verschenen.
Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. Z. Yeral, advocaat te Roosendaal die verklaart dat hij niet weet waarom verdachte niet aanwezig is en dat hij niet gemachtigd is om de verdediging te voeren.
Op vordering van de advocaat-generaal verleent het hof verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt, dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.
2.3
Aan de cassatieschriftuur is een stuk gehecht, inhoudende een “arrest van gevangenschap” van de strafinrichting te Gent d.d. 27 maart 2020 betreffende de verdachte, waarop staat vermeld dat de verdachte van zijn vrijheid is beroofd op 18 maart 2019 en in vrijheid is gesteld op 27 maart 2020.
2.4
Als uitgangspunt heeft te gelden dat indien de dagvaarding in hoger beroep op juiste wijze is betekend, de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen en de raadsman ter zitting te kennen heeft gegeven dat hij niet door verdachte uitdrukkelijk is gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren, de rechter, behoudens duidelijke aanwijzingen van het tegendeel, kan uitgaan van het vermoeden dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht.2.
2.5
Uit het hiervoor onder 2.3 vermelde stuk - waarvan aan de herkomst en betrouwbaarheid in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld - moet worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep in verband met een andere strafzaak in Gent (België) was gedetineerd, zodat de beslissing van het hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien onjuist was. Gelet op het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn brengt dit mee dat de verdachte de mogelijkheid dient te hebben om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen.3.Dit leidt ertoe dat het bestreden arrest moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan.
3. Conclusie
3.1.
Het middel is terecht voorgesteld.
3.2.
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
3.3.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat deze op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 16‑02‑2021
Vgl. HR 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3224, rov. 2.3 ; HR 8 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:388, rov. 2.3.
Vgl. HR 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3224, rov. 2.4 ; HR 8 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:388, rov. 2.4.