JONDR 2018/578
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad; hof gaat onvoldoende in op betalingsonwil van bestuurder
HR 06-07-2018, ECLI:NL:HR:2018:1095
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
6 juli 2018
- Zaaknummer
17/02493
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:1095, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 06‑07‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:432, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 13‑04‑2018
- Wetingang
Art. 6:162 BW.
Essentie
Eiser vordert voorwaardelijk dat verweerder als bestuurder van BPPM Holding B.V. veroordeeld wordt tot betaling van de vordering indien BPPM niet aan deze verplichting voldoet. Eiser baseert deze bestuurdersaansprakelijkheid op onrechtmatige daad. Eiser stelt dat het hof miskend heeft dat de vordering omtrent de privé-aansprakelijkheid van verweerder op meerdere verwijten is gestoeld. Volgens de A-G is de vordering gebaseerd op betalingsonwil en een Beklamel-verwijt. Het hof zou echter onvoldoende op de betalingsonwil zijn ingegaan.
Samenvatting
Verweerder is bestuurder en enig aandeelhouder van BPPM Holding B.V. BPPM en Ruysheide B.V. houden ieder 50% van de aandelen van Nigiami B.V. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.