De goede procesorde
Einde inhoudsopgave
De goede procesorde (BPP nr. IV) 2006/6.4.2:6.4.2 Verzoek om tussentijds beroep open te stellen
De goede procesorde (BPP nr. IV) 2006/6.4.2
6.4.2 Verzoek om tussentijds beroep open te stellen
Documentgegevens:
Mr. V.C.A. Lindijer, datum 08-11-2006
- Datum
08-11-2006
- Auteur
Mr. V.C.A. Lindijer
- JCDI
JCDI:ADS378659:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 23 januari 2004, NJ 2005, 510 (DA) enJBPr 2004, 22 (H.W. Wiersma).
G. Snijders 2002, p. 80/81.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
368. Nu tussentijds beroep van tussenuitspraken sinds de herziening van de wettelijke regeling van het procesrecht in 2002 in beginsel van rechtswege is uitgesloten, doet een partij er goed aan om desgewenst de rechter te verzoeken tussentijds beroep tegen zijn tussenuitspraak open te stellen. In het arrest Ponteceen/Stratex1heeft de Hoge Raad uitgesproken dat een dergelijk verzoek ook nog kan worden gedaan en - nadat de wederpartij op het verzoek is gehoord - worden toegewezen, als de rechter al uitspraak heeft gedaan. Daarbij is niet van belang of een partij een daartoe strekkend verzoek ook al voor de tussenuitspraak in haar processtukken had gedaan. Wel geldt dat
'in het belang van een goede procesorde dient te worden aangenomen dat een zodanig verzoek binnen de beroepstermijn dient te worden gedaan'.
Daaraan voegde de Hoge Raad nog toe dat de rechter zijn beslissing op het verzoek, 'waarmee hij een bevoegdheid uitoefent die aan zijn procesbeleid is overgelaten', niet behoeft te motiveren, 'net zo min als wanneer hij een beslissing zoals bedoeld in art. 337 lid 2 Rv aanstonds in zijn tussenuitspraak neemt.' Met het instellen van het betreffende rechtsmiddel - binnen de wettelijke termijn - hoeft niet te worden gewacht tot op het verzoek is beslist, aldus de Hoge Raad. Die beslissing zal immers niet steeds kunnen worden genomen voordat die termijn is verstreken. Het feit dat de zaak reeds in hogere instantie aanhangig is gemaakt, mag voorts geen rol spelen bij de beslissing om al dan niet ontheffing te verlenen van het in art. 337 lid 2 Rv besloten verbod.
369. De mogelijkheid om de rechter achteraf te verzoeken tussentijds beroep open te stellen tegen een door hem gegeven tussenuitspraak, werd eerder al bepleit door G. Snijders.2 Als voordeel van deze mogelijkheid noemt hij dat partijen dan beter, namelijk aan de hand van de tussenuitspraak, kunnen beoordelen of zij tussentijds beroep wensen en 'specifieke argumenten kunnen aandragen waarom een tussentijds beroep, ondanks de vertraging van de lopende instantie waartoe dat beroep leidt, gerechtvaardigd is te achten vanuit het oogpunt van een goede rechtspleging.'