NJB 2024/148
Erfdienstbaarheid. Ontstaan door verkrijgende verjaring. Bezit te goeder trouw. Raadpleging van de registers. Hoge Raad: Art. 3:23 BW staat niet in de weg aan het aannemen van goede trouw in gevallen waarin zonder dat partijen het beseffen inschrijving van de notariële akte van vestiging van een erfdienstbaarheid achterwege blijft dan wel de erfdienstbaarheid niet is vermeld in de wel ingeschreven notariële akte. Art. 3:23 BW schept immers geen onderzoeksplicht ten aanzien van de eigen verkrijging, maar strekt ertoe de eerdere rechthebbende te beschermen tegen de latere bezitter die door raadpleging van de registers de feiten of het recht had kunnen kennen.
HR 22-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1825
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
22 december 2023
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
22/04563
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1825, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 22‑12‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:802, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 15‑09‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑05‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑12‑2022
- Wetingang
Essentie
Erfdienstbaarheid. Ontstaan door verkrijgende verjaring. Bezit te goeder trouw. Raadpleging van de registers. Hoge Raad: Art. 3:23 BW staat niet in de weg aan het aannemen van goede trouw in gevallen waarin zonder dat partijen het beseffen inschrijving van de notariële akte van vestiging van een erfdienstbaarheid achterwege blijft dan wel de erfdienstbaarheid niet is vermeld in de wel ingeschreven notariële akte. Art. 3:23 BW schept immers geen onderzoeksplicht ten aanzien van de eigen verkrijging, maar strekt ertoe de eerdere rechthebbende te beschermen tegen de latere bezitter die door raadpleging van de registers de feiten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.