Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/9.6.1
9.6.1 Bevoegdheid
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS591881:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
De consumentkoper lijkt minder keuze te hebben. Ontbinding en prijsvermindering op grond van art. 7:22 lid 1 BW zijn pas mogelijk wanneer herstel en vervanging (nakoming, art. 7:21 lid 1 sub b en sub c BW) onmogelijk zijn of van de verkoper niet gevergd kunnen worden, dan wei de verkoper tekort is geschoten in een verplichting als bedoeld in art. 7:21 lid 3 BW (art. 7:22 lid 2 BW). Op grond van art. 7:21 lid 3 BW is de verkoper verplicht om binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de koper zijn verplichting tot aflevering, herstel of vervanging ex art. 7:21 lid 1 BW na te komen. Ook voor een tekortkoming zoals vereist in art. 6:265 BW zal, wanneer nakoming nog mogelijk is, de schuldenaar in de regel óók een redelijke termijn voor nakoming moeten worden gegund in het kader van een ingebrekestelling die vereist is om het verzuim van de schuldenaar, en daarmee diens tekortkoming te bewerkstelligen (art. 6:82 BW).
544. Bij een (toerekenbare) tekortkoming door de schuldenaar heeft de schuldeiser de keuze tussen een aantal mogelijkheden. Hij kan onder meer nakoming vorderen, de vordering omzetten in een tot vervangende schadevergoeding en de overeenkomst ontbinden.1 De mogelijkheden sluiten elkaar logischerwijs uit. De schuldenaar die in de nakoming van zijn verbintenis tekort is geschoten, kan aan de schuldeiser een redelijke termijn stellen, waarbinnen deze moet mededelen welke van de hem bij de aanvang van de termijn ten dienste staande middelen hij wenst uit te oefenen, op straffe van slechts aanspraak te kunnen maken (a) op de schadevergoeding waarop de tekortkoming recht geeft en, zo de verbintenis strekt tot betaling van een geldsom, op die geldsom; of (b) ontbinding van de overeenkomst waaruit de verbintenis voortspruit, indien de schuldenaar zich erop beroept dat de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend (art. 6:88 lid 1 BW). Als de schuldeiser nakoming heeft verlangd, doch daaraan niet binnen een redelijke termijn wordt voldaan, kan hij al zijn rechten wederom doen gelden, en is art. 6:88 lid 1 BW van overeenkomstige toepassing (art. 6:88 lid 2 BW).