HR, 18-03-2025, nr. 21/03655
ECLI:NL:HR:2025:327
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18-03-2025
- Zaaknummer
21/03655
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:PHR:2025:306, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑03‑2025
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:327
ECLI:NL:HR:2025:327, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑03‑2025; (Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHDHA:2021:1872
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:306
- Vindplaatsen
Conclusie 18‑03‑2025
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Samenhangende peek met de zaken 21/03659 en 21/03656.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 21/03655
Zitting 19 november 2024
CONCLUSIE
A.E. Harteveld
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.
De verdachte is bij arrest van 26 augustus 2021 door het gerechtshof Den Haag wegens 2. “computervredebreuk, meermalen gepleegd’, 3. “opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen en worden verwerkt en worden overgedragen, veranderen en andere gegevens toevoegen, meermalen gepleegd”, 4. “medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd”, 5. “oplichting, meermalen gepleegd”, 6. “oplichting”, 7. “computervredebreuk”, 8. “oplichting, meermalen gepleegd”, 9. “computervredebreuk, meermalen gepleegd”, 10. “medeplegen van computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen, door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of voor een ander overneemt en opneemt, meermalen gepleegd”, 11. “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels”, 12. “computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen, door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt en opneemt, meermalen gepleegd”, 14. “computervredebreuk, terwijl de dader vervolgen gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen, door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt en opneemt, meermalen gepleegd”, 15. “oplichting”, 16. “het, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, tweede lid of derde lid Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbare gegevens – waardoor toegang kan worden verkregen tot een geautomatiseerd werk of deel daarvan –, verwerven en voorhanden hebben”, 17. “poging tot afpersing”, 18. “computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen, door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt en opneemt, meermalen gepleegd”, 19. “oplichting” en 20. “witwassen, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 35 maanden, met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof een beslissing genomen over de vorderingen van de benadeelde partijen en ten aanzien van een aantal benadeelde partijen een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Tot slot heeft het hof een beslissing genomen over inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen.
Er bestaat samenhang met de zaken 21/03659 en 21/03656. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv, is op 6 september 2023 rechtsgeldig uitgereikt aan een huisgenoot van de verdachte. Namens de verdachte is binnen de termijn, omschreven in art. 437 lid 2 Sv geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Uitspraak 18‑03‑2025
Inhoudsindicatie
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 21/03656 en 21/03659.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/03655
Datum 18 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 augustus 2021, nummer 22-000180-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 maart 2025.