Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/11.6:11.6 Conclusie en rechtsvergelijking
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/11.6
11.6 Conclusie en rechtsvergelijking
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90824:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Nederlandse recht is het lot van de voorrangspositie voor leverancierskrediet afhankelijk van de eigendomstoewijzing bij zaaksvorming. Dit heeft belangrijke gevolgen voor de leverancier die zaken levert die worden gebruikt in de industriële fabricage. Ondanks dat de hoofdregel de eigendom toewijst aan de oorspronkelijke eigenaren (art. 5:16 lid 1 BW), wordt bij industriële fabricage doorgaans de koper/fabrikant eigenaar van de nieuwe zaak (art. 5:16 lid 2 BW). De eigendom wordt toegewezen aan degene voor wiens rekening en risico de fabricage geschiedt en beslissende invloed heeft op de productiewijze en de vorm van het product. De koper/fabrikant draagt doorgaans op zodanige wijze het economisch risico van de productie, dat dit een uitzondering op de eigendomstoewijzing aan de oorspronkelijke eigenaren rechtvaardigt. Om die reden verlengt de voorrangspositie van de leverancier zich doorgaans niet tot de nieuwe zaak bij zaaksvorming.
Hierop gelden twee uitzonderingen. Ten eerste wordt de eigendom toch toegewezen aan de leverancier als oorspronkelijke eigenaar op grond van de hoofdregel, indien de geringe kosten van de arbeid de eigendomsverkrijging van de vormer niet rechtvaardigen. Een tweede uitzondering doet zich voor als de leverancier niet slechts de zaken levert, maar meer invloed heeft op het productieproces of het economisch risico van de productie draagt. Hij wordt als ‘doen vormer’ aangemerkt in de zin van art. 5:16 lid 2 BW. De uitzonderingen zijn kortom van toepassing als de koper/fabrikant niet zodanig het economisch risico van de productie draagt ten opzichte van de oorspronkelijke eigenaar die de zaken levert, dat een eigendomstoewijzing aan de koper/fabrikant gerechtvaardigd wordt geacht. Deze uitzonderingen doen zich evenwel niet snel voor. In de regel verliest de leverancier zijn voorrangspositie met betrekking tot de oorspronkelijke zaken.1
Dit wijkt af van de gevolgen van zaaksvorming voor de voorrangspositie van de leverancier in het Duitse, Belgische en Amerikaanse recht. In deze rechtsstelsels beoogt de wetgever of rechter de leverancier te beschermen tegen het verlies van diens voorrangspositie als gevolg van zaaksvorming. De voorrangspositie van de leverancier wordt verlengd tot de nieuwe zaak. Op verschillende wijzen geven zij deze verlenging vorm.
In het Duitse recht kan de leverancier door middel van een contractuele afspraak met de koper, de Verarbeitungsklausel, bewerkstelligen dat de nieuwe zaak voor hem wordt gevormd en hij (een aandeel in) de eigendom van de nieuwe zaak verkrijgt tot zekerheid van voldoening van zijn vordering.2
In het Belgische recht wordt de voorrangspositie van de leverancier beschermd bij zaaksvorming, doordat de leverancier van rechtswege een zekerheidsrecht verkrijgt op de nieuwe zaak (art. 18 lid 2 Pandwet). Dit leidt uitzondering als uit zaken van meerdere eigenaren een nieuwe zaak wordt gevormd. De voorrangspositie zet zich voort op de nieuwe zaak, indien de leverancier de voornaamstezaak (hoofdzaak) onder eigendomsvoorbehoud heeft geleverd (art. 18 lid 3 Pandwet).3
In het Amerikaanse recht verkrijgt de leverancier tot slot op grond van §9-336 UCC van rechtswege een zekerheidsrecht op de nieuwe zaak, ongeacht aan wie de eigendom na zaaksvorming wordt toegewezen.4
In Nederland liggen de kaarten zoals gezegd anders. Hij verkrijgt geen zekerheidsrecht van rechtswege op de nieuwe zaak, zoals in het Amerikaanse en Belgische recht. Ook kan de leverancier zijn voorrangspositie niet door middel van een partijafspraak verlengen, zoals de Verarbeitungsklauselin het Duitse recht. De leverancier kan wel een pandrecht bedingen op de nieuwe zaak, maar deze neemt rang naar het moment van vestiging. Het risico bestaat dat de leverancier een tweede pandrecht verkrijgt.5