FED 2024/116
Hoge Raad verduidelijkt aantal aspecten van immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
HR 27-09-2024, ECLI:NL:HR:2024:1299, m.nt. mr. G.C.D. Grauss
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 september 2024
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Punt, Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
24/00806
- Noot
mr. G.C.D. Grauss
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS991217:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1299, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑09‑2024
- Wetingang
Essentie
Hoge Raad verduidelijkt aantal aspecten van immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Samenvatting
In dit arrest beantwoordt de Hoge Raad prejudiciële vragen van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch over de toepassing van de immateriële schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn. Een aantal vragen heeft de Hoge Raad inmiddels eerder dit jaar beantwoord in zijn twee arresten van 31 mei 2024 (ECLI:NL:HR:2014:775 en ECLI:NL:HR:2024:567) en zijn arrest van 14 juni 2024 (ECLI:NL:HR:2024:853). De Hoge Raad overweegt in het onderhavige arrest van 27 september 2024 dat de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.