NJ 2021/248
OM-cassatie. Vorderingen m.b.t. voorlopige hechtenis in hoger beroep. Bevel gevangenhouding van verdachte die zich in geschorste bewaring bevindt.
HR 13-04-2021, ECLI:NL:HR:2021:516, m.nt. J.M. Reijntjes
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
13 april 2021
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.L.J. van Strien, J.C.A.M. Claassens, C. Caminada
- Zaaknummer
20/01703
- Conclusie
A-G mr. P.C. Vegter
- Noot
J.M. Reijntjes
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS280040:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:516, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 13‑04‑2021
ECLI:NL:PHR:2020:1140, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 01‑12‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑07‑2020
- Wetingang
Essentie
OM-cassatie. Vorderingen met betrekking tot de voorlopige hechtenis in hoger beroep. Bevel gevangenhouding van verdachte die zich in geschorste bewaring bevindt.
Samenvatting
OM-cassatie. Het cassatiemiddel komt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het Openbaar Ministerie in zijn vorderingen met betrekking tot de voorlopige hechtenis. Het betreft de vordering tot opheffing van de schorsing van de bewaring en de vordering tot gevangenhouding.
Het cassatiemiddel klaagt in de eerste plaats dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat een geschorst bevel bewaring van rechtswege eindigt op de dag na het vonnis van de rechtbank.
Over de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.