RAV 2019/81
Mothers of Srebrenica. Staatsaansprakelijkheid. Toerekening handelen Dutchbat aan de Staat? Genocideverdrag rechtstreekse werking?
HR 19-07-2019, ECLI:NL:HR:2019:1223
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 juli 2019
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, M.V. Polak, C.E. du Perron, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh
- Zaaknummer
17/04567
- Conclusie
A-G mr. P. Vlas
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS94379:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal publiekrecht / Verdragenrecht
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Internationaal publiekrecht / Bijzondere onderwerpen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1223, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑07‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:95, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 01‑02‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑09‑2017
- Wetingang
Art. 2, 3 EVRM; art. 6:162 BW
Essentie
Aansprakelijkheid Staat. Val van Srebrenica.
Toerekening handelen Dutchbat aan de Staat? Genocideverdrag rechtstreekse werking?
Samenvatting
Nabestaanden van de slachtoffers van het oorlogsgeweld in Srebrenica stellen de Nederlandse Staat aansprakelijk voor het optreden van Dutchbat, het Nederlandse infanteriebataljon dat onder commando van de Verenigde Naties deel uitmaakte van de vredestroepen in Bosnië. Zij stellen onder andere dat Dutchbat tekort is geschoten door zijn medewerking te verlenen aan de evacuatie van de vluchtelingen die zich in de veilige zone bevonden. Volgens de nabestaanden heeft Dutchbat door de medewerking de Bosnische Serviërs gefaciliteerd bij de afscheiding van de mannelijke ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.