NJB 2021/2626:Motiveringsplicht verdediging om getuigenverzoeken te motiveren, conform HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1015: deze motiveringsplicht houdt in dat de verdediging voor iedere door haar opgegeven getuige moet toelichten waarom het horen van deze getuige van belang is voor enige in de strafzaak op grond van artikel 348 en 350 Sv te nemen beslissing. Als het getuigenverzoek samenhangt met een verweer dat betrekking heeft op de rechtmatigheid van het voorbereidend onderzoek en strekt tot toepassing van artikel 359a Sv, dient de verdediging gemotiveerd uiteen te zetten waarom daartoe getuigen moeten worden gehoord. Het bovenstaande is bijgesteld in het getuigenarrest post-Keskin (HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576): dit arrest houdt mede in dat in bepaalde gevallen het belang bij het oproepen en horen van een getuige moet worden voorondersteld, zodat van de verdediging geen nadere onderbouwing van dit belang mag worden verlangd. Dat is aan de orde als het verzoek betrekking heeft op een getuige ten aanzien van wie de verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl deze getuige al – in het vooronderzoek of anderszins – een verklaring heeft afgelegd met een belastende strekking. Het gaat dan om een verklaring die door de rechter voor het bewijs van het tenlastegelegde feit zou kunnen worden gebruikt of al is gebruikt. Daarvan is in ieder geval sprake als de rechter in eerste aanleg een verklaring van een getuige voor het bewijs heeft gebruikt, en de verdediging in hoger beroep het verzoek doet deze getuige op te roepen en te (doen) horen. Wat geldt indien – zoals in casu – het getuigenverzoek ertoe strekt dat de verdediging door middel van het horen van de getuigen de rechtmatigheid van het voorbereidend onderzoek aan de orde wil stellen, en het niet het horen van een getuige betreft over een door deze persoon afgelegde verklaring zoals die door de rechter voor het bewijs van het tenlastegelegde feit zou kunnen worden gebruikt of al is gebruikt. In die situatie geldt de in het hiervoor genoemde arrest van 4 juli 2017 neergelegde regel dat het verzoek tot het oproepen en het horen van getuigen door de verdediging moet worden gemotiveerd. Het arrest post-Keskin van 20 april 2021 heeft daarin geen verandering gebracht. In casu kon het hof het verzoek tot het horen van drie verbalisanten als getuigen afwijzen op de grond dat dit verzoek onvoldoende is onderbouwd.