NJB 2019/1753
Het ‘opzettelijk’ haar pasgeboren kinderen in een hulpeloze toestand hebben gelaten, art. 255 Sr: toereikende bewijsmotivering in een zaak waarin het in de kern erom gaat dat verdachte onvoldoende bescherming heeft geboden tegen mishandeling van haar kinderen door hun vader
HR 09-07-2019, ECLI:NL:HR:2019:1151
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
9 juli 2019
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens
- Zaaknummer
17/05377
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1151, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 09‑07‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:471, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 28‑05‑2019
- Wetingang
(art. 255 Sr)
Essentie
Het ‘opzettelijk’ haar pasgeboren kinderen in een hulpeloze toestand hebben gelaten, art. 255 Sr: toereikende bewijsmotivering in een zaak waarin het in de kern erom gaat dat verdachte onvoldoende bescherming heeft geboden tegen mishandeling van haar kinderen door hun vader
Uitspraak
Inleiding:
Verdachte is veroordeeld omdat zij – kort gezegd – ‘meermalen, opzettelijk haar pasgeboren kinderen genaamd […] [betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 2013 en […] [betrokkene 2], geboren op [geboortedatum] 2013 tot wiens onderhoud, verpleging en verzorging zij als ouder van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] krachtens de wet verplicht was, in een hulpeloze toestand heeft gelaten, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.