V-N 2024/27.21
Belanghebbende die in vooroverleg openheid van zaken geeft, kan door niet doen aangifte kwade trouw worden verweten
HR (Parket) 26-04-2024, ECLI:NL:PHR:2024:466, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
26 april 2024
- Zaaknummer
23/03413
- Conclusie
A-G Koopman
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS963697:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2024:466, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑04‑2024
- Wetingang
art. 16 AWR
Essentie
Advocaat-generaal Koopman acht het mogelijk dat een belanghebbende die in het kader van vooroverleg openheid van zaken geeft in een later stadium toch kwade trouw kan worden verweten.
Samenvatting
X benadert de inspecteur om de omvang van het door hem behaalde vervreemdingsvoordeel bij de verkoop van aanmerkelijkbelangaandelen af te stemmen. Hoewel partijen het eens worden, verzuimt X aangifte te doen. De inspecteur legt ambtshalve een aanslag op, maar verzuimt op zijn beurt daarin het vervreemdingsvoordeel te verwerken. Hof Den Haag oordeelt dat de nadien door de inspecteur opgelegde navorderingsaanslag niet kan steunen op een kenbare fout, maar wel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.