V-N 2019/9.25
Niet-kentekenhouder moet bevoegdheid tot bezwaar maken toelichten
HR (A-G) 15-11-2018, ECLI:NL:PHR:2018:1290, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Advocaat-Generaal)
- Datum
15 november 2018
- Zaaknummer
18/00472
- Conclusie
A-G IJzerman
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS177320:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:440, Uitspraak, Hoge Raad, 29‑03‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑11‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:1290, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 15‑11‑2018
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal IJzerman onderschrijft de oordelen van rechtbank en hof dat iemand die bezwaar maakt tegen een aan een ander opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting moet toelichten waarom hij bevoegd is bezwaar te maken.
Samenvatting
Een gemachtigde maakt namens de belanghebbende, X, bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting. X is de feitelijk parkeerder van de desbetreffende auto, maar niet de kentekenhouder. De naheffingsaanslag is opgelegd aan Y, de kentekenhouder van de auto, waarvoor de parkeerbelasting niet is betaald. De heffingsambtenaar heeft aan de gemachtigde van de belanghebbende bericht dat de naheffingsaanslag is opgelegd aan de kentekenhouder en tot tweemaal toe verzocht een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.