NJB 2023/1340
Omzetbelasting. Verleggingsregeling.Bewijsrecht. Staan algemene beginselenvan Unierecht in de weg aan naheffing?
HR 12-05-2023, ECLI:NL:HR:2023:691
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 mei 2023
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Feteris, Fierstra, Faase, Van Eijsden
- Zaaknummer
20/01740
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑05‑2023
ECLI:NL:HR:2023:691, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑05‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:244, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑02‑2023
- Wetingang
(art. 12 lid 5 Wet OB 1968)
Essentie
Omzetbelasting. Verleggingsregeling.Bewijsrecht. Staan algemene beginselenvan Unierecht in de weg aan naheffing?
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
Toepassing verleggingsregeling
‘3.1
De middelen I en II zijn onder meer gericht tegen het oordeel van het Hof dat voor toepassing van de verleggingsregeling de identiteit van de afnemer niet bekend hoeft te zijn. Volgens deze middelen wordt met de verleggingsregeling, naast vereenvoudiging van de heffing, beoogd om omzetbelastingfraude en misbruik van het systeem van de omzetbelasting tegen te gaan. Onbekendheid van de identiteit van de afnemer en de daaruit voortvloeiende onmogelijkheid van identificatie achteraf door de Belastingdienst leiden tot ondermijning van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.