NJB 2018/2166:Een (nagebootste) pistool als een speelgoedvoorwerp is in de zin van art. 3 RWM jo de Speelgoedrichtlijn? Gelet op het doel en de strekking van de CE-markering zoals daarvan blijkt uit het Besluit van 22 juli 1993 (93/465/EEG, PbEG L 200/23) en uit art. 3 onder 16 van de Speelgoedrichtlijn, heeft het Hof i.c. ten onrechte geoordeeld dat ingevolge art. 16 Speelgoedrichtlijn een voorwerp als het onderhavige eerst kan worden aangemerkt als speelgoed in de zin van de Speelgoedrichtlijn als het is voorzien van een CE-markering, nog daargelaten dat art. 17 lid 1 Speelgoedrichtlijn de mogelijkheid openlaat dat deze markering niet is aangebracht op het speelgoed zelf, maar op een daaraan bevestigd etiket of op de verpakking. Maar daarbij geldt ook het volgende. Voorwerp dat vorm, afmeting en kleur een sprekende gelijkenis vertoont met een echt vuurwapen: i.c. had de verdachte een imitatie van een echt vuurwapen voorhanden (Beretta model 92). Indien een imitatie van een echt vuurwapen is vervaardigd voor verzamelaars en dat voorwerp (of de verpakking ervan) is voorzien van een zichtbare en leesbare aanduiding dat zij is bestemd voor verzamelaars van veertien jaar en ouder, kan dat voorwerp reeds op grond van art. 2 lid 1 tweede volzin Speelgoedrichtlijn jo Bijlage I, sub 2 aanhef en onder e, niet worden beschouwd als speelgoed. Daarbuiten geldt op grond van art. 2 lid 1 eerste volzin Speelgoedrichtlijn dat een voorwerp slechts dan als speelgoed kan worden aangemerkt in het geval dat het is ontworpen of bestemd om door kinderen jonger dan veertien jaar bij het spelen te worden gebruikt