Deze zaak hangt samen met 11/01069 en 11/01070, dezelfde verdachte betreffend, waarin ik ook vandaag concludeer.
HR, 25-09-2012, nr. 11/01071
ECLI:NL:HR:2012:BX5006
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
25-09-2012
- Zaaknummer
11/01071
- Conclusie
Mr. Machielse
- LJN
BX5006
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:PHR:2012:BX5006, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑09‑2012
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BX5006
ECLI:NL:HR:2012:BX5006, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 25‑09‑2012; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BX5006
- Vindplaatsen
Conclusie 25‑09‑2012
Mr. Machielse
Partij(en)
Nr. 11/01071
Mr. Machielse
Zitting 19 juni 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]1.
1.
Het Gerechtshof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, zitting houdende te Arnhem, heeft verdachte op 15 februari 2011 voor: feitelijke aanranding van eerbaarheid, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand.
2.
Mr. K. Karakaya, advocaat te Almere, heeft cassatie ingesteld. Mr. V.C. van der Velde, ook advocaat te Almere, heeft een schriftuur ingezonden houdende twee middelen van cassatie.
3.1.
Het eerste middel klaagt dat niet blijkt of het hof heeft onderzocht of verdachte wel correct is opgeroepen voor de zitting van 1 februari 2011.
3.2.
Op 1 februari 2011 is de verdachte niet ter terechtzitting verschenen. Wel was aanwezig mr. K. Karakaya, advocaat te Almere, die als gemachtigd advocaat het woord ter verdediging heeft gevoerd. Het middel faalt gelet op HR 29 april 2008, NJ 2008, 482 m.nt. Klip.
4.1.
Het tweede middel klaagt dat het hof heeft gehandeld in strijd met artikel 342 lid 2 Sv, omdat in feite het hof het bewijs enkel heeft doen steunen op de aangifte. De bewezenverklaring zou ontoereikend met redenen zijn omkleed.
4.2.
Het hof heeft bewezen verklaard dat
"hij op 30 december 2009 in de gemeente Almere, door een andere feitelijkheid [betrokkene 5] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het meermalen,
- -
vastpakken van en grijpen/knijpen in, de borsten van [betrokkene 5] en
bestaande die andere feitelijkheid uit het plotseling en onverhoeds meermalen,
- -
met zijn, verdachtes, handen gaan over het lichaam van [betrokkene 5]."
4.3.
Het hof heeft het bewijs doen berusten op twee verklaringen van aangeefster (bewijsmiddel 1 en 2), op een verklaring van een medebewoonster, die heeft verklaard dat verdachte, aangeefster, zijzelf en anderen op het balkon stonden, dat zij toen naar binnen is gegaan en vervolgens uit de mond van aangeefster heeft gehoord dat de verdachte aangeefster in haar borsten heeft geknepen en bij haar billen heeft gegrepen. Bij de medebewoonster heeft verdachte dat ook meerdere keren gedaan. Zij is door meerdere mensen voor hem gewaarschuwd (bewijsmiddel 3). Bewijsmiddel 4 is een verklaring van verdachte, inhoudende dat hij aangeefster vriendschappelijk een klap op haar kont heeft gegeven. Ik geef de steller van het middel toe dat de nadruk ligt op de bewijsmiddelen 1 en 2, maar de verklaring van verdachte zelf geeft voldoende steun aan deze verklaringen.2.
5.
Beide middelen falen en kunnen naar mijn oordeel met de aan artikel 81 RO ontleende motivering worden verworpen. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.
6.
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 25‑09‑2012
Zie bijvoorbeeld HR 5 oktober 2010, NJ 2010, 612 m.nt. Borgers.
Uitspraak 25‑09‑2012
Inhoudsindicatie
HR: art. 81 RO.
Partij(en)
25 september 2012
Strafkamer
nr. S 11/01071
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, zitting houdende te Arnhem, van 15 februari 2011, nummer 24/000758-10, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 25 september 2012.