Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/1.3:1.3 Onderzoeksvragen en doelstellingen van het onderzoek
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/1.3
1.3 Onderzoeksvragen en doelstellingen van het onderzoek
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90814:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het begrip voorrangspositie definieer ik in hoofdstuk 1, paragraaf 1.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naar aanleiding van de probleemstelling kom ik tot de volgende twee hoofdvragen voor dit onderzoek.
1. Op welke wijzen en in welke mate geven het Nederlandse, Duitse, Belgische en Amerikaanse recht de voorrangspositie voor leveranciers- krediet vorm en hoe kunnen de overeenkomsten en verschillen tussen deze rechtsstelsels worden verklaard?
2. Biedt de rechtsvergelijking argumenten en inspiratie voor (een andere) invulling, verdere ontwikkeling of wijziging van het Nederlandse recht met betrekking tot de inrichting van de voorrangspositie voor leveran- cierskrediet?
Met de beantwoording van de eerste hoofdvraag beoog ik ten eerste te laten zien dat de voorrangspositie voor leverancierskrediet een algemeen onderschreven rechtsnorm is.1Ik expliciteer en categoriseer de argumenten die de vier rechtsstelsels ter rechtvaardiging aanvoeren. Daarnaast verschaf ik inzicht in de overeenkomsten en verschillen tussen wijzen waarop en de mate waarin het Nederlandse, Duitse, Belgische en Amerikaanse recht een voorrangspositie voor leverancierskrediet vormgeven. Ook zet ik de verklaringen voor de verschillen en overeenkomsten tussen de rechtsstelsels uiteen. Bij de beantwoording van de tweede hoofdvraag beoog ik aan te geven hoe het Nederlandse rechtsstelsel zich verhoudt tot andere stelsels en op welke mogelijke wijzen het Nederlandse recht kan worden gewijzigd of verder ontwikkeld kan worden, indien hiervoor wordt gekozen. Ik werk niet vanuit de veronderstelling dat een wijziging of heroverweging van het Nederlandse recht noodzakelijk of wenselijk is. Ik geef slechts weer hoe het Nederlandse recht kan worden vormgegeven, indien het Nederlandse recht afwijkt van de andere drie rechtsstelsels en de Nederlandse wetgever of rechter kiest om de meer in de pas te willen lopen met deze rechtsstelsels.