Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/9.6.2:9.6.2 Overgang van de vordering
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/9.6.2
9.6.2 Overgang van de vordering
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS590673:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
545. Vóór de overgang van de vordering komen de genoemde bevoegdheden aan de oude schuldeiser toe, en komt om die reden ook de keuzebevoegdheid ex art. 6:88 lid 1 BW aan hem toe. Heeft de oude schuldeiser voor de overgang van de vordering de door de schuldenaar gestelde redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6:88 lid 1 BW laten verlopen, dan is de nieuwe schuldeiser hieraan gebonden. Dat betekent dat de nieuwe schuldeiser geen nakoming kan vorderen van de schuldenaar, en mogelijk evenmin vervangende schadevergoeding kan vorderen, indien de schuldenaar zich erop beroept dat de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. De oude schuldeiser is dan alleen bevoegd tot ontbinding. De rechtsverhouding tussen de oude en de nieuwe schuldeiser zal in de regel meebrengen dat de oude schuldeiser jegens de nieuwe schuldeiser gehouden is om ex art. 6:88 lid 1 BW aan de schuldenaar mede te delen welke van de hem bij de aanvang van de termijn ten dienste staande middelen hij wenst uit te oefenen. Laat hij dit na, dan is hij jegens de nieuwe schuldeiser mogelijk aansprakelijk (art. 6:74 jo 7:17 jo 7:47 BW).
Na de overgang van de vordering is de nieuwe schuldeiser bevoegd om nakoming te vorderen en de vordering om te zetten in een tot vervangende schadevergoeding.1 De oude schuldeiser is als partij bij de rechtsverhouding uit overeenkomst bevoegd tot ontbinding van de overeen komst.2 Oefent de schuldenaar zijn bevoegdheid tot termijnstelling ex art. 6:88 lid 1 BW uit, dan dient hij de redelijke termijn aan de oude schuldeiser en de nieuwe schuldeiser gezamenlijk te stellen. De oude en de nieuwe schuldeiser dienen binnen de gestelde termijn aan de schuldenaar te laten weten of de oude schuldeiser zijn bevoegdheid tot ontbinding wenst uit te oefenen, en zo niet, of de nieuwe schuldeiser van de schuldenaar nakoming of vervangende schadevergoeding wenst, in beide gevallen op straffe van dezelfde sanctie als genoemd in art. 6:88 lid 1 BW.
546. Vóór de stille cessie komen de genoemde bevoegdheden aan de stille cedent toe, en komt om die reden ook de keuzebevoegdheid ex art. 6:88 lid 1 BW aan hem toe. Heeft de stille cedent voor de stille cessie de door de schuldenaar gestelde redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6:88 lid 1 BW laten verlopen, dan dient de stille cessionaris dit tegen zich te laten gelden. Dit is vergelijkbaar met een openbare overgang van de vordering.
Oefent de schuldenaar na de stille cessie zijn bevoegdheid tot termijnstelling ex art. 6:88 lid 1 BW uit, dan behoeft hij zijn verklaring alleen te richten aan de stille cedent. Op grond van art. 3:94 lid 3 tweede zin BW kan hij de stille cedent immers voor zijn schuldeiser houden totdat aan hem mededeling is gedaan van de levering door de stille cedent of de stille cessionaris.