RFR 2024/104
Is de gecertificeerde instelling belanghebbende in zaak op de voet van art. 1:253n BW tot beëindiging van gezamenlijk gezag over onder toezicht gesteld kind?
HR 12-07-2024, ECLI:NL:HR:2024:1079
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 juli 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/03005
- Conclusie
A-G mr. M.L.C.C. Lückers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS981652:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Personen- en familierecht / Familieprocesrecht
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1079, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑07‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:434, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑04‑2024
- Wetingang
Art. 798 lid 1 Rv; art. 1:253n BW
Essentie
Cassatie in het belang der wet. Familieprocesrecht.
Is de gecertificeerde instelling belanghebbende in zaak op de voet van art. 1:253n BW tot beëindiging van gezamenlijk gezag over onder toezicht gesteld kind?
Samenvatting
De kinderen zijn sinds mei 2017 onder toezicht gesteld van de GI. Deze machtiging is jaarlijks verlengd. De kinderen wonen sinds juni 2017 bij de vader.
De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft bij beschikking van 20 februari 2020 het gezamenlijk gezag van de ouders over de kinderen beëindigd. De rechtbank heeft bepaald dat het ouderlijk gezag alleen door de vader zal worden uitgeoefend. De rechtbank ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.