NJ 1934, p. 1618
Art. 563 B. W. slot Blijvend gebruik. Verhuur van het gebouw „Odeon", zonder woning met tooneel en vaste- Inventaris. Verhuur van een gemeubeld perceel in den zin van art. 88 § 1 l. l. Wet Pers. Bel.?
HR 24-01-1934, ECLI:NL:HR:1934:8, m.nt. Prof. E. M. Meijers (Odeon)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 januari 1934
- Magistraten
Mrs. Kosters, van Woudenberg Hamstra, Fick, Nypels, Meckmann
- Zaaknummer
[241934/NJ_1934,_p._1618]
- Noot
Prof. E. M. Meijers
- Roepnaam
Odeon
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS104193:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1934:8, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑01‑1934
- Wetingang
(BW art. 563; Wet Personele Belasting 1896 art. 33.)
Essentie
Art. 563 B. W. slot Blijvend gebruik. Verhuur van het gebouw „Odeon", zonder woning met tooneel en vaste- Inventaris. Verhuur van een gemeubeld perceel in den zin van art. 88 § 1 l. l. Wet Pers. Bel.?
Samenvatting
De voorwerpen, waarop het hier aankomt: lichtkronen, lichtwandarmen, buffet en toonbank, zijn uit haren aard roerende zaken, tenzij belangh. bewijst, dat hij ze tot een blijvend gebruik aan zijne onroerende zaak verbonden heeft.
Wil deze algemeene bepaling gelden, dan is het niet voldoende, dat de eigenaar zijn gebouw heeft voorzien van voor het doel, waartoe het dient, geëigende roerende ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.