NJB 2024/1890
Vrijheidsbeperkende maatregel om zich niet op te houden in een bepaald gebied, art. 38v Sr: in casu is de door het hof opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel in strijd met artikel 38v lid 2, aanhef en onder a, Sr voor zover deze inhoudt dat de verdachte zich niet zal ophouden ‘rond de woning’ van [slachtoffer], welke woning is gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats], omdat in zoverre niet een voldoende precieze omschrijving van het gebied waarbinnen de verdachte zich niet mag bevinden is geformuleerd.
HR 10-09-2024, ECLI:NL:HR:2024:1147
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 september 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans en C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/01521
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1147, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑09‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:586, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 09‑09‑2022
- Wetingang
(art. 38v Sr)
Essentie
Vrijheidsbeperkende maatregel om zich niet op te houden in een bepaald gebied, art. 38v Sr: in casu is de door het hof opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel in strijd met artikel 38v lid 2, aanhef en onder a, Sr voor zover deze inhoudt dat de verdachte zich niet zal ophouden ‘rond de woning’ van [slachtoffer], welke woning is gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats], omdat in zoverre niet een voldoende precieze omschrijving van het gebied waarbinnen de verdachte zich niet mag bevinden is geformuleerd.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld wegens – kort gezegd – belaging.
De strafoplegging ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.