RAV 2024/102
Zorgverzekeringsrecht. Heeft een Nederlandse verzekerde, aan wie in het buitenland geneeskundige zorg is verleend met een aldaar toegelaten geneesmiddel, waarvoor in Nederland destijds nog geen handelsvergunning was afgegeven, recht op vergoeding van de kosten daarvan door zijn Nederlandse zorgverzekeraar?
HR 11-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1416
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/00674
- Conclusie
A-G mr. B.J. Drijber
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS994953:1
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Individuele gezondheidszorg
Gezondheidsrecht / Ordening en verzekering
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1416, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:183, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑02‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑03‑2023
- Wetingang
Essentie
Zorgverzekeringsrecht. Uitleg. Recht op vergoeding buitenlandse geneeskundige zorg. Handelsvergunning.
Heeft een Nederlandse verzekerde, aan wie in het buitenland geneeskundige zorg is verleend met een aldaar toegelaten geneesmiddel, waarvoor in Nederland destijds nog geen handelsvergunning was afgegeven, recht op vergoeding van de kosten daarvan door zijn Nederlandse zorgverzekeraar? Hoe dient het 'plegen te bieden'-criterium, zoals opgenomen in art. 2.1 lid 2 jo. art. 2.4 Bzv, te worden uitgelegd?
Samenvatting
Verzekerde is vanaf 2014 in behandeling geweest voor lymfeklierkanker. Bij de laatste behandeling in september 2017 werden er geen kankercellen meer aangetroffen. Vanwege pijnklachten tijdens zijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.