AB 2022/139
Onterecht afgezien van horen door de staatssecretaris. Geen kennelijk ongegrond bezwaar. Afdeling lijkt in het vreemdelingenrecht strenger te toetsen of de staatssecretaris af mag zien van horen.
ABRvS 17-11-2021, ECLI:NL:RVS:2021:2564, m.nt. V.M. Bex-Reimert
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
17 november 2021
- Magistraten
Mrs. H.G. Sevenster, C.C.W. Lange, B. Meijer
- Zaaknummer
202006525/1/V6
- Noot
V.M. Bex-Reimert
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS640611:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Voorbereiding
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2021:2564, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 17‑11‑2021
- Wetingang
Essentie
Onterecht afzien van horen door de staatssecretaris. Geen situatie waarin sprake is van kennelijk ongegrond bezwaar. Uitspraak lijkt niet op zichzelf te staan. Meerdere recente uitspraken van de Afdeling waarin wordt geoordeeld dat de staatssecretaris niet van horen had mogen afzien wegens een kennelijk ongegrond bezwaar.
Samenvatting
De staatssecretaris mag slechts met toepassing van artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb van het horen in bezwaar afzien, als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend standpunt. De e-mail van 27 december 2017 van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.