T&C Strafrecht, commentaar op art. 343 Sr:Boedelonttrekking of buitensporig middelenverbruik enz. door bestuurder/commissaris, wetend van benadeling
T&C Strafrecht, commentaar op art. 343 Sr
Boedelonttrekking of buitensporig middelenverbruik enz. door bestuurder/commissaris, wetend van benadeling
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Documentgegevens:
J.P. Cnossen, actueel t/m 02-04-2026
Actueel t/m
02-04-2026
Tijdvak
01-07-2016 tot: -
Auteur
J.P. Cnossen
Vindplaats
T&C Strafrecht, commentaar op art. 343 Sr
Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Dit artikel stelt strafbaar de bestuurder of commissaris van een rechtspersoon ter zake van onttrekken van enig goed aan de boedel (onderdeel 1°), buitensporig gebruiken, uitgeven of vervreemden van middelen van de rechtspersoon dan wel daaraan medewerken of daarvoor toestemming geven (onderdeel 2°) en bevoordelen van een schuldeiser van de rechtspersoon (onderdeel 3°). De voltooid tegenwoordige tijd van de gedragingen brengen tot uitdrukking dat deze moeten zijn gedaan vóór de intreding van het faillissement (bijv. ‘heeft onttrokken’). De gedragingen in onderdeel 1° en 3° zijn ook strafbaar tijdens het faillissement, hetgeen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
T&C Strafrecht, commentaar op art. 343 Sr
Boedelonttrekking of buitensporig middelenverbruik enz. door bestuurder/commissaris, wetend van benadeling
J.P. Cnossen, actueel t/m 02-04-2026
02-04-2026
01-07-2016 tot: -
J.P. Cnossen
T&C Strafrecht, commentaar op art. 343 Sr
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Insolventierecht / Faillissement
Wetboek van Strafrecht artikel 343
1. Algemeen
a. Inhoud en beschermde belangen
Dit artikel stelt strafbaar de bestuurder of commissaris van een rechtspersoon ter zake van onttrekken van enig goed aan de boedel (onderdeel 1°), buitensporig gebruiken, uitgeven of vervreemden van middelen van de rechtspersoon dan wel daaraan medewerken of daarvoor toestemming geven (onderdeel 2°) en bevoordelen van een schuldeiser van de rechtspersoon (onderdeel 3°). De voltooid tegenwoordige tijd van de gedragingen brengen tot uitdrukking dat deze moeten zijn gedaan vóór de intreding van het faillissement (bijv. ‘heeft onttrokken’). De gedragingen in onderdeel 1° en 3° zijn ook strafbaar tijdens het faillissement, hetgeen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.