FED 2026/29
Werkkostenregeling in inkomstenbelasting. De Hoge Raad oordeelt dat het voor toepassing van de werkkostenregeling in de inkomstenbelasting door een werknemer die geen inhoudingsplichtige werkgever in Nederland heeft, niet noodzakelijk is dat de buitenlandse werkgever de “expenses” als eindheffingsloon heeft aangewezen. Voor zover het de toepassing van de gerichte vrijstellingen betreft, dient de belastingplichtige echter wel aannemelijk te maken dat de niet inhoudingsplichtige werkgever een kostenvergoeding heeft toegekend. Ook dient de belastingplichtige aannemelijk te maken wat de hoogte van de gemaakte kosten zijn die hij als gerichte vrijstelling in de inkomstenbelasting in aanmerking wil nemen.
HR 05-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1236, m.nt. dr. F.M. Werger
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 september 2025
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Van der Voort Maarschalk, Boerlage, Peters
- Zaaknummer
22/01503
22/01504
22/01507
22/03914
- Noot
dr. F.M. Werger
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD52627:1
- Vakgebied(en)
Loonbelasting / Kostenvergoeding
Loonbelasting / Werkkostenregeling
Loonbelasting / Dienstbetrekking
Loonbelasting / Eindheffing
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1236, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑09‑2025
ECLI:NL:HR:2024:517, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑04‑2024
ECLI:NL:HR:2024:387, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑04‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑04‑2024
ECLI:NL:HR:2024:516, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:699, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑07‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:672, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑07‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:671, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑07‑2023
- Wetingang
Art. 3.84 lid 2 Wet IB 2001; art. 31 lid 1 onderdeel f, art. 31a lid 2 Wet LB 1964
Essentie
Werkkostenregeling in inkomstenbelasting. De Hoge Raad oordeelt dat het voor toepassing van de werkkostenregeling in de inkomstenbelasting door een werknemer die geen inhoudingsplichtige werkgever in Nederland heeft, niet noodzakelijk is dat de buitenlandse werkgever de “expenses” als eindheffingsloon heeft aangewezen. Voor zover het de toepassing van de gerichte vrijstellingen betreft, dient de belastingplichtige echter wel aannemelijk te maken dat de niet inhoudingsplichtige werkgever een kostenvergoeding heeft toegekend. Ook dient de belastingplichtige aannemelijk te maken wat de hoogte van de gemaakte kosten zijn die hij als gerichte vrijstelling in de inkomstenbelasting in aanmerking wil nemen.
Samenvatting
Belanghebbende woont in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.