PJ 2024/112
Ook een onduidelijk verplichtstellingsbesluit kan en moet volgens de cao-norm worden uitgelegd.
HR 30-08-2024, ECLI:NL:HR:2024:1102, m.nt. mr. B. Degelink CPL
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 augustus 2024
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
23/03079
- Conclusie
A-G mr. B.F. Assink
- Noot
mr. B. Degelink CPL
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS978324:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Sociale zekerheid ouderen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1102, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑08‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:437, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑04‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑08‑2023
- Wetingang
Art. 4 Wet Bpf 2000
Essentie
Ook een onduidelijk verplichtstellingsbesluit kan en moet volgens de cao-norm worden uitgelegd.
Samenvatting
In geschil is of een werkgever verplicht is tot aansluiting bij bpfBOUW en twee sociale fondsen in de bedrijfstak bouw- en infra. Hof Amsterdam had in hoger beroep geoordeeld dat de werkgever niet onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit en de cao valt omdat deze werkingssfeer onduidelijk zou zijn (PJ 2023/113). Volgens de Hoge Raad is dat oordeel onjuist. De rechter kan niet volstaan met de constatering dat de tekst onvoldoende duidelijk is, en op alleen die grond oordelen dat bepaalde bedrijfsactiviteiten niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.