JWB 2014/155
Personen- en familierecht. Omgangsregeling
HR 28-03-2014, ECLI:NL:HR:2014:748
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 maart 2014
- Zaaknummer
13/03866
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:748, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑03‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:22, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 10‑01‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑08‑2013
- Wetingang
Art. 1:247 lid 3 BW; art. 1:377a lid 1 BW; art. 1:377a lid 3 BW; art. 8 EVRM; art. 9 lid 3 IVRK; art. 24 lid 3 Handvesten van de grondrechten van de EU
Essentie
Personen- en familierecht. Omgangsregeling
Samenvatting
Casus
Partijen heeft een affectieve relatie gehad. Deze relatie is tijdens de zwangerschap van de moeder geëindigd. Uit deze relatie is in 2010 een dochter geboren. De vader heeft haar erkend. De moeder heeft het ouderlijk gezag. De dochter heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder.
De vader heeft de rechtbank verzocht te bepalen dat hij gerechtigd zal zijn tot omgang met de dochter volgens een nader door hem omschreven regeling (op last van een dwangsom). De rechtbank heeft, in overeenstemming met het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.