NJF 2019/309
Uitoefening van retentierecht tegen derde. Belangenafweging. Niet ontoelaatbaar.
Rb. Gelderland 16-01-2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:309
- Instantie
Rechtbank Gelderland
- Datum
16 januari 2019
- Magistraten
Mr. S. Kropman
- Zaaknummer
NL18.11702
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBGEL:2019:309, Uitspraak, Rechtbank Gelderland, 16‑01‑2019
- Wetingang
Art. 3:291 BW
Essentie
Uitoefening van retentierecht tegen derde. Belangenafweging. Niet ontoelaatbaar.
Samenvatting
In bepaalde gevallen kan een retentierecht worden uitgeoefend tegen derden, onder meer als die derde een recht op de zaak heeft verkregen nadat de vordering van de retentor was ontstaan en de zaak in diens macht was gekomen. Met betrekking tot een onroerende zaak moet de feitelijke machtsuitoefening voldoende duidelijk voor de derde zijn. Aan die vereisten is in deze zaak voldaan. Evenmin is uitoefening van het retentierecht onder de omstandigheden ontoelaatbaar. Het betoog van de derde-rechthebbende dat de retentor misbruik van recht maakt doordat zij de derde probeert te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.