Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/7.6.3
7.6.3 Uitoefening van andermans vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS587121:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor beperkte rechten en beslag Asser/Kortmann S-Ill 1994, nr. 171; zie voor beslag voorts Biemans 2010a. Bij het overlijden dan wel het faillissement van de schuldeiser als lastgever eindigt de lastgeving in beginsel op grond van art. 7:422 lid 1 sub a BW. Vgl. art. 7:422 lid3 en lid 4 BW. Bij een privatieve last (art. 7:423 lid 2 BW) kunnen de erfgenamen respectievelijk de curator de lastgeving opzeggen met inachtneming van een termijn van tenminste een maand. Zie voor minderjarigenbewind, art. 1:343 BW. Blankman betoogt dat de bewindvoerder onder omstandigheden een eerder door de rechthebbende aan een ander gegeven volmacht kan herroepen (Schols, Blankman & Vegter 2005, p. 84).
Zie bijvoorbeeld Hof 's-Hertogenbosch 6 september 2005, JOR 2005/268 (verkoop van stil verpande zaak door curator).
Zie mijn noot (sub 4.1) onder Rb. Leeuwarden 21 januari 2009, JOR 2009/118. Onder het oude recht kon de fiduciair zekerheidsrechthebbende, die weliswaar schuldeiser was, ook een last tot inning in eigen naam afgeven, zie HR 28 oktober 1988, NJ 1989, 83, m.nt. JBMV.
Zie HR 26 november 2004, NJ 2005, 41 (Haantjes/Damstra). Zie hiervóór nr. 133.
Dit blijkt onder meer uit de gronden waarop de aanstelling beëindigd wordt. Zie bijvoorbeeld voor de bewindvoerder art. art. 1:435 lid 5, 1:448 lid 1 sub c en sub d, 4:157 lid 2 en 4:164 lid 1 sub c BW.
Zie Kamerstukken II 1993-1994, 23 706, nr. 3, p. 32. Zie over de volmacht en de beschikkingsbevoegdheid: Kamerstukken II 1994-1995, 23 706, nr. 5, p. 24, en Kamerstukken II 1995-1996, 23 706, nr. 6, p. 45. Een waarnemer treedt in de plaats van de notaris en kan uit dien hoofde over de rekening beschikken (art. 26 Wn). In geval van ziekte etc. zal een waarnemer worden benoemd die 'dan bevoegd is om over de derdenrekening te beschikken'. Zie Kamerstukken II 1996-1997, 23 706, nr. 12, p. 25.
Zie M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 304.
448. Het is de vraag in hoeverre de stille cessionaris en de stille cedent gebonden zijn aan een reeds bestaande last tot inning, die door de stille cedent vóór de stille cessie is aangegaan. Derden die uit hoofde van een beperkt recht, een gelegd beslag of uit hoofde van een aanstelling als bewindvoerder, curator, vereffenaar of executeur bevoegd worden ten aanzien van een vordering, zullen in de regel niet gebonden zijn aan een reeds bestaande (privatieve) lastgeving.1 De lasthebber zal deze derden vóór zich moeten laten gaan.
Bij de stille cessie ligt deze kwestie anders. De stille cedent zal in de regel degene zijn geweest die zelf de last tot inning met de derde is overeengekomen. Was vóór een stille cessie door de stille cedent aan een derde reeds een last tot inning verleend, en wil de stille cessionaris de inning niet zelf ter hand nemen, dan dienen de stille cedent en de stille cessionaris overeen te komen of de stille cedent de inning zelf op zich neemt (en de lastgeving met de derde opzegt) of dat, in overleg met derde, de derde de inning voorzet voor rekening van de stille cessionaris, al dan niet met de stille cedent als tussenpersoon.
449. Het is voorts de vraag als de stille cessionaris aan de stille cedent een last tot inning heeft verstrekt, de stille cedent een lastgevingsovereenkomst met een derde mag aangaan en aan de derde de inning van de stil gecedeerde vordering mag overlaten, al dan niet in eigen naam.
Aan de pandhouder, vruchtgebruiker, beslaglegger en deelgenoten staat het in beginsel vrij om een (privatieve) last tot inning te verstrekken. Voor deze derden geldt dat zij krachtens eigen recht handelen, en uit dien hoofde ook vrij zijn om een last tot inning te verstrekken. Het is de pandhouder bijvoorbeeld ook toegestaan om bij de verkoop van verpande goederen die op een markt of beurs verhandelbaar zijn, een tussenpersoon in te schakelen (art. 3:250 lid 2 BW) of een lastgeving met een curator overeen te komen.2 De pandhouder dient de inning van een verpande vordering aan een lasthebber in eigen naam te kunnen overlaten.3 Een bevoegde derde kan niet meer bevoegdheden aan een lasthebber toekennen, dan hij zelf heeft. Alleen de openbaar pandhouder en vruchtgebruiker kunnen derhalve een last tot inning geven. Het is niet noodzakelijk dat van de last tot inning in eigen naam mededeling wordt gedaan aan de schuldenaar. Eerst indien het verweer van de wederpartij daartoe aanleiding geeft, zal de lasthebber dienen te stellen en zo nodig te bewijzen dat hij uit hoofde van lastgeving bevoegd is op eigen naam ten behoeve van de openbaar pandhouder of vruchtgebruiker op te treden.4 Een stil pandhouder kan de lasthebber de bevoegdheid verlenen om mededeling doen van het pandrecht. De rechtsverhouding tussen een beslaglegger en deurwaarder is er een uit lastgeving. De beslaglegger kan ten aanzien van de aan hem toekomende bevoegdheden, zoals het voeren van de procedures bedoeld in art. 477a Rv, n.m.m. ook een volmacht afgeven. Ook de gezamenlijke deelgenoten staat het vrij om een lastgeving aan te gaan, waaronder met een der deelgenoten. Valt onder de normale exploitatie van de vordering het afgeven van een last tot inning aan een derde, dan is de beheersbevoegde deelgenoot daartoe zelfstandig bevoegd (art. 3:170 lid 2 BW).
In de overige gevallen ligt het aangaan van lastgeving door de bevoegde derde minder voor de hand. De bevoegdheden zijn aan deze derden toegekend in het kader van een wettelijke taakvervulling. Hun aanstelling is veelal hoogstpersoonlijk.5 Als zij op hun beurt bevoegdheden toekennen aan derden die een dergelijke aanstelling niet hebben, dient terughoudendheid te worden betracht. Dit geldt onder meer voor de curator, de deurwaarder, de notaris, de bewindvoerder, de vereffenaar en de executeur. Het is naar mijn mening aan hun wel toegestaan om een onder hun verantwoordelijkheid werkzame persoon een volmacht te verlenen. Ten aanzien van rekeninghouders van kwaliteitsrekening is een dergelijke regel gegeven in art. 25 lid 1 Wn (vgl. art. 19 lid 2 GDW).6 De regel leent zich naar mijn mening voor overeenkomstige toepassing op curatoren, bewindvoerders, vereffenaars en executeurs. Zij zijn daarnaast bevoegd om de aan hen toegekende bevoegdheden door volmachtverlening aan een ander te verlenen: (a) voor zover de bevoegdheid hiertoe uit de aard der te verrichten rechtshandelingen noodzakelijk voortvloeit of in overeenstemming is met het gebruik; (b) voor zover de verlening van de volmacht aan een andere persoon in het belang van de volmachtgever noodzakelijk is en deze zelf niet in staat is een voorziening te treffen; of (c) voor zover de volmacht goederen betreft, die gelegen zijn buiten het land waarin de gevolmachtigde zijn woonplaats heeft (art. 3:64 jo 3:78 BW).7 Buiten deze gevallen dient terughoudendheid te worden betracht met het verlenen van een volmacht of een last.
450. Na de stille cessie kan de stille cessionaris een (privatieve) last aan de stille cedent verlenen. Het is een van de pijlers van de stille cessie. Het is ook mogelijk dat de stille cessionaris rechtstreeks, of de stille cedent in opdracht van de stille cessionaris aan een derde een last tot inning verleent. Is aan de stille cedent een last tot inning verstrekt, dan kan hij binnen bepaalde grenzen aan een ander de aan hem opgedragen innen delegeren. Art. 3:64 BW is van overeenkomstige toepassing. Indien een last is verleend met het oog op een persoon die met de lasthebber of in zijn dienst een beroep of bedrijf uitoefent, is die persoon gehouden de werkzaamheden, nodig voor de uitoefening van de last, zelf te verrichten, behoudens voor zover uit de last voortvloeit dat hij deze onder zijn verantwoordelijkheid door anderen mag laten uitvoeren; alles onverminderd de aansprakelijkheid van de lasthebber (art. 7:404 BW). Het ligt naar mijn mening niet voor de hand dat de stille cessionaris zelf, rechtstreeks aan een ander dan de stille cedent een last tot inning verstrekt. Doet de stille cessionaris hiervan mededeling aan de schuldenaar, dan impliceert dit naar mijn mening dat de stille cessionaris de inning naar zich toetrekt, hetgeen in beginsel neerkomt op het doen van mededeling zoals bedoeld in art. 3:94 lid 3 BW.