NJB 2025/201
Schatting wederrechtelijk verkregen voordeel: ingevolge art. 511f Sv kan de rechter die schatting slechts ontlenen aan wettige bewijsmiddelen. Omdat volgens art. 511e lid 1 Sv (eerste aanleg) en 511g lid 2 Sv (hoger beroep) op de uitspraak op een ontnemingsvordering art. 359 lid 3 Sv van overeenkomstige toepassing is, moet die uitspraak de bewijsmiddelen vermelden waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend met weergave van de inhoud daarvan, voor zover die de voor die schatting redengevende feiten en omstandigheden bevatten. In deze zaak heeft het hof de ‘aanvulling bewijsmiddelen’ pas opgemaakt na de inzending van de stukken van het geding op grond van art. 434 lid 1 Sv. Dit leidt echter niet tot cassatie omdat de uitspraak van het hof ook zonder die aanvulling aan de op grond van art. 511f Sv gestelde eisen voldoet. A-G: anders.
HR 14-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:5
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 januari 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/00281 P
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:5, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1420, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑11‑2024
- Wetingang
Essentie
Schatting wederrechtelijk verkregen voordeel: ingevolge art. 511f Sv kan de rechter die schatting slechts ontlenen aan wettige bewijsmiddelen. Omdat volgens art. 511e lid 1 Sv (eerste aanleg) en 511g lid 2 Sv (hoger beroep) op de uitspraak op een ontnemingsvordering art. 359 lid 3 Sv van overeenkomstige toepassing is, moet die uitspraak de bewijsmiddelen vermelden waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend met weergave van de inhoud daarvan, voor zover die de voor die schatting redengevende feiten en omstandigheden bevatten. In deze zaak heeft het hof de ‘aanvulling bewijsmiddelen’ pas ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.