Prg. 2026/41
Belangen van kind moeten bij ontruiming van huurwoning door rechter op kenbare wijze worden afgewogen tegen andere belangen, zodanig dat belang van het kind tegenover die andere belangen niet wordt gerelativeerd.
HR 28-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1799
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 november 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/04220
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD41647:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Huurrecht / Algemeen
Huurrecht / Huur van woonruimte
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1799, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:728, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑06‑2025
- Wetingang
Essentie
Huurrecht. Kan handvat worden gegeven voor toetsing in individuele gevallen aan artikel 3 lid 1 IVRK in situaties waarin huurwoning met minderjarige kinderen ontruimd moet worden?
Ja. Hoewel belangen van kind zwaar wegen, behoeven die niet altijd doorslag te geven; rechter dient deze op kenbare wijze af te wegen tegen alle overige belangen.
Samenvatting
Bij tussenvonnis van 14 november 2024 heeft de Rechtbank Noord-Holland negen prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld over de betekenis van artikel 3 lid 1 IVRK in de situatie dat een verhuurder ontruiming van een huurwoning vordert waarin ook ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.